Vorige week was ik bij één van de vijf regionale proefboerderijen waar NMI een proef met bodemverbeteraars uitvoert. De proef loopt al een aantal jaar en in deze periode hebben we al vaak met akkerbouwers gesproken over bodemverbeteraars, de proef en andere manieren die telers gebruiken om de kwaliteit van de bodem te verbeteren. Het is duidelijk dat er ook bij telers een grote belangstelling bestaat voor de bodemstructuur.
Wat mij in gesprekken met ondernemers opvalt is hoe vaak ondernemers op hun eigen manier op hun bedrijven bezig zijn om iets uit te proberen. Dat hoort natuurlijk ook. Zonder proberen geen ontwikkeling en daarmee geen vooruitgang.
Bijvoorbeeld, een veehouder die een paar stroken heeft aangelegd met verschillende manieren grondbewerking of een teler die op een perceel een nieuwe bodemverbeteraar test. Op allerlei manieren zijn ondernemers bezig met vernieuwing en het hoeft natuurlijk niet alleen met de bodem te zijn. Een andere manier van vliegenbestrijding in de stal kan net zo goed een proef zijn. Zo zijn er talrijke voorbeelden te vinden. En hoe vaak komt het voor dat ondernemers afzonderlijk van elkaar min of meer dezelfde proef uitvoeren?
Wat deze bedrijfsproeven gemeenschappelijk hebben is dat de ondernemer zelf actief bezig is om een vernieuwing te vinden voor een bedrijfsprobleem. Het onderwerp wordt door de ondernemer bedacht en de daarbij passende proef wordt door de ondernemer opgezet en uitgevoerd. De ondernemer staat aan het 'onderzoeksstuur' en krijgt een resultaat dat past bij het bedrijf.
Soms wordt neerbuigend de term 'boerenproef' voor deze manier van vernieuwing gebruikt. Een boerenproef bestaat vaak uit één of meerdere stroken op een perceel waarop een nieuwe werkwijze of nieuw product wordt geprobeerd en vergeleken met de bestaande praktijk. Geen echte proef zou je zo zeggen. Maar een boerenproef kan net zo goed tot goede, onderbouwde resultaten leiden. Grote voordelen van de manier van onderzoek zijn een directe betrokkenheid van de ondernemer en een bedrijfsspecifiek resultaat waarmee de ondernemer aan de slag kan.
Natuurlijk, er zijn voorwaarden die moeten worden ingevuld. Een van de belangrijkste voorwaarden is dat er meerdere ondernemers zijn, of zijn geweest, die ieder voor zich dezelfde boerenproef uitvoeren. En dat er een passend protocol voor de proef is, zodat de resultaten van de afzonderlijke boerenproeven met elkaar vergeleken kunnen worden. Het resultaat van alle boerenproeven bij elkaar is een volwaardig experiment met een onderbouwd resultaat. En de ondernemers kunnen het zelf samen doen!
NMI heeft vaker met ondernemers boerenproeven uitgevoerd, de resultaten samengebracht en gekoppeld aan andere proeven om te komen tot een wetenschappelijk verantwoorde uitkomst. Dat laat zien dat het kan en geeft ook vertrouwen dat het opnieuw kan. Tezamen kunnen ondernemers, met ondersteuning, baas zijn van het eigen vernieuwingsprogramma, gericht op bedrijfsspecifieke onderwerpen.
In het NMI-blog van maart werd opgemerkt dat daadwerkelijke vernieuwing alleen plaatsvindt als het onderzoek ook landt in de hoofden en harten van individuele agrariërs. En vernieuwing is ook in de agrarische sector nodig. Door gezamenlijk boerenproeven uit te voeren, waarbij de ondernemer aan het onderzoeksstuur staat, wordt hier handen en voeten aan gegeven.