Nederlandse landbouwgronden zijn door hun oorsprong, ligging en klimaat zeer geschikt voor voedselproduktie. Het lijkt echter wel of we nu pas het belang gaan inzien van het meten, interpreteren en op waarde zetten van bodemkwaliteit. Toegegeven, het objectiveren van bodemkwaliteit is een hele uitdaging waarover experts lang kunnen discussiëren. Deze week was ik te gast bij de door DLG / Rabo / LTO / Kadaster georganiseerde expertmeeting 'Naar meer mobiliteit op de agrarische grondmarkt'. Ik mocht een pitch geven over het beoordelen van bodemkwaliteit, uiteraard binnen de context van de bijeenkomst. Het gaf me vooraf wel wat hoofdbrekens om in 5 minuten de essentie van het beoordelen van bodemkwaliteit te koppelen aan een analyse van de stagnerende grondmarkt en hoe NMI met het instrument BodemQ kan bijdragen aan het op waarde zetten van landbouwgrond. Maar de pitch was fun om te doen en, samen met bijdragen van anderen, aanleiding voor levendige discussie. In de plenaire sessie bleken uiteindelijk maar liefst twee van de vijf slot statements over bodemkwaliteit en bodembeheer te gaan. Uiteraard is er nog een weg te gaan voordat men bij grondtransacties de bodemkwaliteit zal koppelen aan euro's en/of afspraken over duurzaam bodembeheer. Eén van de eerste stappen en belangrijke succesfactor is draagvlak ontwikkelen voor het te gebruiken meetinstrument. Voor de agrarische sector ligt aansluiting bij routinematige bodemanalyses voor de hand. Voorts is overleg nodig met bodemexperts en andere stakeholders. Wat is het doel van het instrument? Aan welke bodemeigenschappen en -functies dient aandacht te worden besteed? Met welke indicatoren kunnen die functies worden gemeten en hoe is hieruit een keuze te maken? Wetenschappelijk gezien komen tientallen indicatoren in aanmerking. Echter in een economische context geldt bij uitstek het aforisme 'in de beperking toont zich de meester'. De keuze van indicatoren, vaak 'minimale meetset bodemkwaliteit' genoemd, èn de interpretatie van de meetwaarden, daar draait het om. Beide zaken vereisen expertise, die gewilde doch weerbarstige competentie die met geen cursus aan te leren is, en slechts kan worden verkregen door te worstelen met de materie. Om dan te merken dat de zeggingskracht van de indicatoren, afzonderlijk en als meetset, toeneemt. En je uiteindelijk met elkaar kunt constateren: 'This .... is as good as it gets'.