De overheid zet in op de BioBased Economy. Steeds meer bedrijven en organisaties vergroenen hun productieprocessen. Onder het credo 'meer waarde uit afval' wordt er voor steeds meer reststromen een hoogwaardige toepassing gezocht. En waar de focus aanvankelijk vooral lag op het vervangen van fossiele materialen door groene grondstoffen, dringt nu ook het belang van het terugbrengen van reststromen naar de bodem door. Alleen door de bodem op te nemen in het totale stroomschema wordt de BioBased Economy ook circulair.
Grote afwezige in de discussies rond de BioBased Economy is de boer als beheerder van de bodem en leverancier van hernieuwbare grondstoffen. Telers hebben ook hun eigen belangen en afwegingskader waarop zij hun bedrijfsvoering baseren. Nieuwe gewassen moeten niet alleen passen binnen de bedrijfsvoering, maar ook rendabel zijn. Boeren mag dan meer zijn dan alleen een baan, het moet wel genoeg opleveren om het voortbestaan van het bedrijf en een inkomen zeker te stellen.
Ook bij het gebruiken van reststoffen blijft het belang van de telers buiten beeld. Vanuit de meststoffenwet wordt er een toetsing uitgevoerd op landbouwkundige waarde en milieukundige risico's van gebruik reststoffen als meststof. Deze -binnen de EU strenge- toetsing dient de kwaliteit van de meststoffen in Nederland te borgen. Daarmee is echter nog niet gezegd dat deze meststoffen aansluiten bij de vraag uit de praktijk. Aanvoer van organische stof en nutriënten is nodig om de bodemvruchtbaarheid en productiviteit op peil te houden. De grondsoort, bodemgesteldheid en het bouwplan zijn daarbij bepalende factoren. De samenstelling van een mestsoort moet hierop afgestemd zijn. Vaak komt de samenstelling echter voort uit het aanbod, zonder aan te sluiten op de vraag. Een voorbeeld hiervan is spuiwater, dat wel voldoet aan de eisen van de meststoffenwet en past binnen de circulaire economie, maar qua samenstelling niet aansluit bij de vraag.
Een ander voorbeeld waar de wensen van de aanbieders van reststromen niet aansluiten bij de praktijk is groencompost. Dat levert veel effectieve organische stof en relatief weinig nutriënten. Telers houden dan binnen de gebruiksnormen ruimte over die ze in kunnen vullen met specifieke meststoffen. Er is vanuit de akkerbouw dan ook veel vraag naar groencompost. Groencompost wordt gemaakt van beheersmaaisel en houtige delen van onderhoudssnoei. Vanuit de hoek van de beheerders wordt er echter liever een andere bestemming gegeven aan de reststromen: houtige biomassa verdwijnt in de richting van verbrandingsovens voor groene energieopwekking, waardoor er steeds minder beschikbaar komt voor de compostering. Zo wordt het steeds moeilijker regionale kringlopen te sluiten.
De bodem is de basis van de circulaire BioBased Economy. De bodem wordt beheerd door de boer. Het is dan ook hoog tijd om ook de belangen en de afwegingen van de boer worden meegenomen bij het vormgeven van die circulaire Biobased Economy.

 

 

 

Geschreven door Laura van Schöll