Roeghoorn: ervaringen en resultaten 10 jaar na de herinrichting van het beekdal Oostervoortschediep

Al tien jaar wordt een experiment uitgevoerd naar het effect van verschillende inrichtings- en beheermaatregelen op de natuurontwikkeling van voormalige landbouwgronden in het beekdal van het Oostervoortschediep in Drenthe. Nu in 2020, 10 jaar na de start van de proef, gaat NMI, met steun van, Staatsbosbeheer, provincie Drenthe, Waterschap Noorderzijlvest en OBN, opnieuw onderzoek doen naar bodem – waaronder de fosfaattoestand, vegetatieontwikkeling en vegetatiesamenstelling. Het doel is om vast te stellen wat het effect is van inrichtingsmaatregelen (wel of niet vernatten en afplaggen) en maatregelen gericht op overgangsbeheer (verschralen, uitmijnen) op veranderingen in bodemsamenstelling, en met name de fosfaattoestand, op de vegetatie. Voor het beheer van het beekdal wordt samengewerkt met een lokale melkveehouder, Dhr. Smeenge. De verandering in vegetatiesamenstelling is niet alleen vanuit een natuurperspectief interessant maar ook vanuit het agrarisch perspectief van belang; hoe kan het beheer van natuurgraslanden worden ingebed in de bedrijfsvoering zowel na inrichting als op de lange termijn. In het onderzoek gaat NMI samen met Staatsbosbeheer, waterschap Noorderzijlvest, provincie Drenthe, OBN en de agrarische pachter de herinrichting en het vervolg beheer (natuurgrasland en watergang) van het beekdal evalueren; wat is gedaan, wat ging goed en wat kan beter. Dit moet leiden tot een handreiking die ook bij de herinrichting en beheer in andere gebieden gebruikt kan worden.

Achtergrond
De herinrichting van het beekdal heeft in 2008 plaatsgevonden. Doelstelling was niet alleen om de in de jaren zestig van de vorige eeuw rechtgetrokken beek weer een natuurlijkere loop te geven maar ook om natuur (nat schraalland, vochtig hooiland en flora- en faunarijkgrasland) te ontwikkelen in het beekdal. De uitgangssituatie was door het geïntensiveerde agrarisch beheer niet optimaal voor deze natuurdoelstellingen. Op circa 75 ha is in samenwerking met de lokale melkveehouder in 2010 gestart met uitmijnen; bemesten met N en K om de productie te stimuleren en door maximaal maaien en afvoeren de fosfaattoestand van de bodem te verlagen. Daarnaast is in 2010 gestart met een lange termijn proef. Op een zestal locaties is het verschil onderzocht tussen verschralen (geen meststoffen) en uitmijnen (met N- en K-bemesting) op de verandering in de bodem, en met name de fosfaattoestand, en de vegetatieontwikkeling. De zes locaties variëren in de mate van vernatting, de fosfaattoestand en of tijdens de inrichting de toplaag van de bodem wel of niet was verwijderd.

Dit onderzoek wordt uitgevoerd door NMI en Staatsbosbeheer met steun van Staatsbosbeheer, provincie Drenthe, Waterschap Noorderzijlvest en OBN (kennisnetwerk ontwikkeling en beheer natuurkwaliteit).

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Debby van Rotterdam, e-mail debby.vanrotterdam@nmi-agro.nl, tel. 06 2517 9329



Geef een reactie