De bodem bereikt! Hoe verder?

De zorgen rondom bodemkwaliteit zijn groot. Enerzijds vanuit de agrariërs die zich zorgen maken over dalende gehaltes aan koolstof en nutriënten en anderzijds vanuit beleidsmakers en adviseurs die een verbinding zoeken tussen maatschappelijke opgaven en het agrarisch bodembeheer. In een eerder artikel heb ik laten zien dat het beeld van een achteruit hollende bodemkwaliteit niet strookt met gepubliceerde trends en ruimtelijke analyses van bodemvruchtbaarheid in Nederlandse landbouwbodems. Boeren zorgen goed voor hun bodem, mede omdat de waarde van hun bedrijf afhangt van de kwaliteit ervan. Eén van de oorzaken van de negativiteit rondom bodemkwaliteit is mijns inziens een niet concrete definitie van bodemkwaliteit als ook een definitie waarbij andere doelen de landbouwkundige functie van een bodem overschaduwen. Als reactie op beide artikelen kwamen er vele vragen. Hoe zit dat met mijn persoonlijke visie rondom bodemkwaliteit? Als het dan zo goed gaat met de landbouwbodem, liggen er dan geen uitdagingen voor de toekomst? En is er niet veel meer synergie uit de landbouwbodem te halen dan dat we vandaag de dag realiseren? Dat zijn goede vragen. In dit artikel beschrijf ik kort mijn visie op de (gewenste) kwaliteit van de landbouwbodem, waar knelpunten liggen en hoe we de bodemkwaliteit (kunnen) inzetten voor zowel landbouwproductie als ook andere maatschappelijke diensten.

Een landbouwbodem is er voor gewasproductie

Een landbouwbodem wordt gebruikt voor het telen van gewassen, voor menselijke of dierlijke consumptie. Een vruchtbare landbouwbodem is daarmee één van de pijlers onder onze voedselvoorziening, voor nu en in de toekomst. Wat mij betreft is dit de eerste prioriteit van een landbouwbodem. Dit wordt vandaag de dag nog versterkt door het feit dat grond erg duur is. Opbrengsten moeten hoog blijven om naast de vraag naar voedsel ook het bedrijf financieel gezond te houden. Het boerenbedrijf is een economische activiteit.

Een landbouwbodem met een goede kwaliteit faciliteert deze gewasproductie door het leveren van water en nutriënten en het bieden van een voedingsbodem om in te groeien. Hierbij spelen chemische, fysische en biologische processen een rol. Vanuit het principe van goed ondernemerschap als ook rentmeesterschap is het gewenst om een bodemkwaliteit na te streven waarbij de gewasproductie maximaal wordt ondersteund door natuurlijke processen in de bodem. Meststoffen, beregening of gewasbeschermingsmiddelen moeten alleen gebruikt worden om eventuele tekorten vanuit de bodem te compenseren. Dit betekent mijns inziens ook dat deze hulpmiddelen op de tweede plaats staan; de natuurlijke bodemvruchtbaarheid is daarin leidend. Een landbouwsysteem dat volledig afhankelijk is van externe hulpmiddelen is erg kwetsbaar en op de lange termijn zeker niet volhoudbaar.

Een landbouwbodem moet gevoed worden

Een goede bodemvruchtbaarheid is niet vanzelfsprekend. De huidige goede kwaliteit van onze landbouwbodems is het resultaat van het samenspel van natuurlijke geohydrologische factoren, het bodembeheer en bemesting van voorgaande jaren. Omdat er via afgevoerde gewassen nutriënten verdwijnen en natuurlijke processen de aanwezige koolstof afbreken en de bodem verzuren, is het belangrijk om de bodem in balans te brengen. En deze balans is in mijn ogen niet alleen gericht op koolstof, stikstof of fosfaat, maar ook op de noodzakelijke bodemstructuur en de levende organismen in de bodem. Bodems zijn van nature geen oneindige bron van water en voedingsstoffen. Een landbouwbodem moet daarom beheerd worden. Om zo te zorgen dat de levering van nutriënten op orde blijft. Om zo te zorgen dat er voldoende water beschikbaar is en wortels onbekommerd de diepte in kunnen groeien. Om zo te zorgen dat het bodemleven actief is om de bodem te doorwoelen, nutriënten vrij te maken en te voorkomen dat ziekteverwekkende organismen de kop op steken. Dit vraagt om een ingewikkeld samenspel van bemesting, bouwplan, drainage en bodembeheer. Zonder mest wordt de bodem onvruchtbaar. Zonder drainage kan de bodem onbewerkbaar worden en gewassen groeien niet door waterstress. Zonder bekalking verzuurt de bodem. In deze interactie wordt dan ook het vakmanschap van de ondernemer zichtbaar. Let wel, het vraagt ook om een continue herijking van de “Goede Landbouwpraktijk”. Omdat de omgeving verandert. Er is sprake van schaalvergroting, klimaatverandering, gewasveredeling, en machines en werktuigen worden groter en diverser. En juist in deze herijking van de Goede Landbouwpraktijk liggen nog grote vragen, in het bijzonder rond bodemstructuur en biologie: wat is er minimaal nodig om onze landbouwbodems in topconditie te houden?

Een landbouwbodem heeft grenzen

Een optimaal beheerde landbouwbodem kan ook negatieve effecten opleveren voor de omgevingskwaliteit. Overmatige bemesting in het verleden heeft bijgedragen aan de ongewenste verrijking van grond- en oppervlaktewater met stikstof en fosfaat, een situatie die niet in een handomdraai is te wijzigen. Een sterke uniformering van het landschap en gelijktijdigheid van agrarische activiteiten (zoals bemesten, maaien, bespuiten en ploegen) lijkt gekoppeld te zijn aan de sterke afname in boven- en ondergrondse biodiversiteit. Zomaar een aantal voorbeelden die laten zien dat het landbouwkundig gebruik van een bodem de draagkracht van het ecosysteem kan overstijgen.

Een landbouwbodem (als ook het landbouwbedrijf) maakt onderdeel uit van een groter ecosysteem, en is daarmee verbonden via bijvoorbeeld het transport van water en het leven boven en onder de grond. Klimaatverandering zorgt bijvoorbeeld voor een langer groeiseizoen waardoor de oogst niet altijd onder goede weersomstandigheden kan plaatsvinden en de teelt van een nagewas lastiger wordt. Structuurbederf ligt op de loer als ook verlies van nutriënten. Juist vanwege deze connectie met de omgeving is het belangrijk om ook grenzen te stellen aan het landbouwkundig gebruik van een landbouwbodem. Vanwege de kwaliteit van die omgeving, maar ook vanwege de volhoudbaarheid van de landbouwproductie zelf. Onzorgvuldig gebruik van de landbouwbodem kan op termijn ook risico’s opleveren voor de gewasproductie zelf, zeker als er een negatieve feedbackloop ontstaat die ingrijpt op de bodemprocessen die juist de gewasproductie ondersteunen. Het is zelfs mogelijk dat dit tot onherstelbare schade leidt. Denk hierbij aan de effecten van diepploegen, de accumulatie van toxische stoffen, bodemdaling door veenafbraak of het verlies van vruchtbare bovengrond door erosie of oeverafkalving.

Elke bodem heeft natuurlijke grenzen, ook rondom het landbouwkundig functioneren. Dat aspect heeft in de afgelopen jaren nog weinig aandacht gekregen. Bij de keuze van bouwplannen wordt zelden de vraag gesteld: “is de bodem hier geschikt voor dit bouwplan”? Praktijkervaringen in Flevoland en Brabant laten zien dat bodembewerking meer en meer energie kost, dat gewasopbrengsten beperkt worden door ondergrondverdichting en dat de toename in gewasopbrengsten afvlakt. De gerealiseerde opbrengsten in de praktijk benaderen gemiddeld weliswaar de maximale opbrengst, maar grote verschillen tussen bedrijven en percelen laten zien dat via duurzaam bodembeheer winst is te behalen. Maatwerk is hierbij het sleutelwoord. Sensortechnologie en precisielandbouw maken meer en meer mogelijk deze variatie in beeld te brengen, waardoor maatwerk in beheer mogelijk wordt. En dan gaat het niet alleen om operationeel management, maar ook om systeemveranderingen die te maken hebben met bouwplan en bodembeheer. Het is heel waarschijnlijk dat daardoor de benutting van land, water, en nutriënten zal verbeteren.

Een landbouwbodem kan meer dan gewassen voeden

Anno 2020 worden diverse maatschappelijke en economische opgaven vertaald richting bodembeheer, ook voor opgaven die niet perse in lijn liggen met een duurzamere landbouwbodem. Denk bijvoorbeeld aan de opgave om substantiële hoeveelheden koolstof op te slaan in de Nederlandse bodem (voor het klimaat), de opgave om nitraatuitspoeling naar het grondwater te voorkomen (voor kwaliteit grondwater), de teelt van biobrandstoffen (voor het klimaat) en het verlate maaien of inunderen van percelen om weidevogels in het voorjaar een plek te geven om te foerageren of te nestelen (voor natuurbeheer). Of bij het gebruik van agrarische percelen om in noodsituaties overtallig water op te slaan zodat wateroverlast in stedelijke gebieden wordt voorkomen (voor waterbeheer). Iets vergelijkbaars is zichtbaar bij de implementatie van het mestbeleid: de grenswaarden voor een landbouwkundige optimale P-toestand van de bodem worden kunstmatig opgerekt om zo meer gebruiksruimte te creëren en daarmee de mestproblematiek beheersbaar te houden. In al deze opgaven speelt de bodem een rol. Het zijn bodemdiensten die niet per definitie in het verlengde liggen van een landbouwkundig optimale bodem.

In de praktijk betekenen deze opgaven namelijk dat er offers worden gebracht op het terrein van landbouwkundige productie of landbouwkundige duurzaamheid. Veel maatregelen hebben namelijk een direct of indirect negatief effect op het landbouwkundig areaal dan wel het opbrengend vermogen van de bodem. Of maatregelen zorgen voor een toename in uit- en afspoeling van nutriënten zoals vernatting of hoge toelaatbare P-giften.

Integraliteit en maatwerk zijn twee cruciale begrippen die het mogelijk kunnen maken om op elke plek de juiste dingen te doen. Dit wordt heel mooi uitgewerkt in het concept van de Kansenkaart: laat elke ondernemer op basis van zijn eigen bedrijf kijken aan welke opgaven hij / zij kan bijdragen, maak deze bijdrage inzichtelijk en ontwikkeling nieuwe verdienmodellen om deze bijdrage te belonen.

De landbouwbodem moet steeds meer?

Op deze vraag heb ik nog geen duidelijk antwoord. Ik zie dat de eisen toenemen en dat er meer en meer gevraagd gaat worden van het vakmanschap van de ondernemer. Niet alleen vanuit de politiek, maar ook vanuit de markt. De vraag vanuit de markt groeit, zowel naar kwantiteit als kwaliteit (gezondheid). Lokaal worden meer en meer allerlei opgaven rondom waterkwantiteit en -kwaliteit, natuur en landbouw, bewerkte en onbewerkte mest, energie en bodem, biodiversiteit en klimaat sterk gekoppeld in zogenoemde bedrijfsplannen. Voor bodem en water, voor bodem en natuur, voor bodem en mest. In mijn ogen een positieve ontwikkeling, omdat alleen via maatwerk de potentie van de bodem maximaal wordt benut.

Hoe dat ingebed gaat worden binnen grotere economische ontwikkelingen, dat is nog lastig te overzien. Wordt straks alle grond beheerd door financiële fondsen, waardoor er meer ruimte komt voor duurzame investeringen in bodemkwaliteit? Gaat wet en regelgeving rond mestbeleid alle ondernemersvrijheid overrulen met “vrijwillige” maatregelen? Welke rol gaan niet-landbouwkundige doelen hierin spelen? Het is nog koffiedik kijken. Wat ik wel zie is dat in al deze vraagstukken maatwerk en doelen centraal staan. Ik zie deze ontwikkelingen bij bijvoorbeeld het nieuwe GLB, het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, het (grond)water- en bodembeheer in provincie Brabant, het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer en het pachtbeleid.

Al met al staat de kwaliteit van de landbouwbodem centraal. En dat is mooi. Hier – dat wil zeggen op het landbouwperceel – wordt duidelijk welke kansen er zijn om bij te dragen aan zowel het voedselvraagstuk als maatschappelijke opgaven. En hier komen ondernemers in actie voor een bodem die actief bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. En in deze inzet ligt de toekomst van een duurzame landbouwbodem.

Deze blog is gepubliceerd op Linkedin door collega Gerard Ros (e-mail gerard.ros@nmi-agro.nl, tel. 06 2951 3812)



Geef een reactie