Werk vanggewassen tijdig in voor optimale stikstofbenutting

Een tijdige onderwerking van het vanggewas is cruciaal voor een efficiënte stikstofbenutting in maïs. Voorkom dat het vanggewas te massaal ontwikkelt en werk het bij voorkeur zo snel mogelijk onder. Daarmee komt de vertering tijdig op gang en wordt stikstof beschikbaar op het moment dat het volggewas deze nodig heeft.

Stikstofdynamiek en timing
In zowel blad als wortel van het vanggewas is stikstof vastgelegd. Door het gewas tijdig in te werken start het mineralisatieproces, waarbij stikstof vrijkomt voor opname door de maïs. Dit proces vergt tijd: de maximale stikstofbeschikbaarheid wordt doorgaans pas na circa drie maanden bereikt.

Om deze reden is het advies om het vanggewas uiterlijk vóór 1 april onder te werken. Alleen dan sluit de stikstofvrijgave voldoende aan op de behoefte van de maïs. Als vuistregel kan per 10 cm gewashoogte circa 20 kg stikstof per hectare in mindering worden gebracht op de bemesting.

Nadelen van te late onderwerking
Hoewel langer laten staan leidt tot meer biomassa, kent dit duidelijke nadelen:

  • Vertraagde stikstofbeschikbaarheid: de vrijgekomen stikstof komt te laat beschikbaar, waardoor minder bespaard kan worden op de stikstofgift.
  • Vochtonttrekking: het vanggewas onttrekt vocht uit de bouwvoor. Vooral op droogtegevoelige gronden kan dit leiden tot opbrengstderving in maïs.
  • Onvoldoende stikstofopname in het voorjaar: door de lage minerale stikstofvoorraad na de winter neemt een doorgroeiend vanggewas nauwelijks extra stikstof op.
  • Ongunstige C/N-verhouding: bij ouder gewas stijgt de C/N-verhouding, waardoor de vertering trager verloopt en stikstof later vrijkomt.

Inwerken: techniek en aandachtspunten
Voor een effectieve stikstofmineralisatie is een goede verkleining en menging van het gewas met de toplaag essentieel.

  • Frezen (hakenfrees): zeer effectief, maar relatief tijdrovend en brandstofintensief.
  • Schijveneg of cultivator met brede scharen en schijven: efficiënter en sneller inzetbaar.
  • Bij zware gewassen: vooraf verkleinen met een klepelmaaier kan noodzakelijk zijn.

Let bij gebruik van klepelmaaiers en vergelijkbare machines op dat het gewas over de volledige werkbreedte wordt afgesneden. Onvolledige afsnijding kan leiden tot hergroei.

Besparing op stikstofbemesting
Volgens de Adviesbasis kan gemiddeld circa 25 kg stikstof per hectare worden bespaard (35 kg N/ha bij vlinderbloemige vanggewassen).

Een nauwkeurigere inschatting is mogelijk via gewashoogtemeting:

  • 10 cm gewashoogte ≈ 20 kg N/ha nawerking (niet-vlinderbloemigen).

Voor verdere verdieping wordt verwezen naar paragraaf 1.4 van de Adviesbasis van de Commissie Bemesting, waarin ook de stikstofwerking van gescheurd grasland wordt behandeld.

Praktische aandachtspunten
Het oogsten van een vanggewas wordt doorgaans afgeraden vanwege verlies aan bodemvocht. Alleen op goed vochthoudende gronden kan dit overwogen worden.
Beperk de mestgift op maïs tot circa 30 m³/ha.
Scheur meerjarig grasland tijdig, uiterlijk vóór 1 april, en houd rekening met een aanzienlijk hogere stikstofnalevering bij voormalig grasland.

Zie ook:

Benut stikstof uit vanggewassen en gescheurd grasland
Vanggewas op tijd onderwerken om stikstof te benutten

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Wim Bussink, e-mail wim.bussink@nmi-agro.nl, tel. 06 2903 7096
Dit artikel is eerder verschenen op de website van de Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen