‘Veenweidesloten in beeld brengen is echt een feestje’

Wat is de staat van de Nederlandse veenweidesloten en wat is nodig om ze gezond te houden? Drieënhalf jaar lang onderzochten de partners van het onderzoeksprogramma Veenweidesloot van de Toekomst (VeeST) hoe het ervoor staat met deze sloten en welke mogelijkheden er zijn om ze te verbeteren. NMI-onderzoeker Harm Gelderblom was vanaf het begin betrokken bij het veldwerk.

Op 8 december worden de resultaten gepresenteerd tijdens het eindcongres van VeeST. Ben je erbij? Meld je hier aan

Toen Harm in maart 2024 bij NMI begon, kreeg hij meteen een bijzonder project op zijn bord. VeeST werd zijn eerste opdracht en betekende direct de start van intensief veldwerk in de Nederlandse veenweidegebieden.

“Het was best overweldigend in het begin”, blikt hij terug. “Een deel van de metingen was voor mij nieuw. Om op deze schaal alle metingen volledig en gestandaardiseerd uit te voeren moesten we eerst uitzoeken welke apparatuur we nodig hadden. Inmiddels heb ik ontzettend veel ervaring opgedaan en kijk ik met veel plezier terug op de afgelopen jaren; VeeST is echt een feestje.”

Drie zomers meten in de veenweidegebieden
Gedurende het onderzoek bracht Harm de kenmerken van veenweidesloten nauwkeurig in beeld. Met onder meer gps-apparatuur die tot op de centimeter nauwkeurig meet, legde hij dwarsprofielen van sloten vast. Ook nam hij oever-, slib- en watermonsters, bestudeerde hij de bodemopbouw en voerde hij metingen uit om de draagkracht en stabiliteit van de oevers te beoordelen.

Daarbij draait het niet alleen om de metingen zelf. Ook de omstandigheden in en rond de sloot zijn van belang. Hoe wordt de oever beheerd? Is er sprake van beweiding? En hoe vaak wordt er gemaaid, gesloot en gebaggerd?

Harm: “Je kunt heel veel meten, maar je wilt ook weten wat er in de praktijk gebeurt. Daarom ben ik bij de boeren die de onderzochte sloten beheren later teruggegaan om aan de keukentafel over het beheer te praten. Die combinatie van meten, observeren en het gesprek aangaan maakt het werk interessant.”

In drie jaar tijd kwam Harm bij ruim zestig boeren over de vloer en onderzocht hij een groot aantal sloten. Soms tot acht sloten op één bedrijf. Elke sloot is anders en vraagt om een eigen beoordeling.

Nauwkeurig werk, onder alle omstandigheden
Het veldwerk vraagt om precisie en doorzettingsvermogen. Een traject van honderd meter kost al snel anderhalf tot twee uur om volledig in kaart te brengen. Daarbij beoordeelt Harm de oever over de hele lengte en meet hij op een vaste plek het slootprofiel. Om de resultaten goed met elkaar te kunnen vergelijken, is het belangrijk dat de beoordelingen steeds op dezelfde manier worden uitgevoerd.

Dat betekent lange dagen buiten, soms in de regen en soms bij temperaturen boven de dertig graden. Met een waadpak aan, apparatuur bij de hand en een tablet waarop de meetgegevens worden vastgelegd, gaat Harm de sloot in. “De hitte vond ik eigenlijk zwaarder dan de regen. Met zo’n thermisch waadpak aan moet je echt goed blijven drinken en je tempo aanpassen. We probeerden meestal vier sloten op een dag te doen. Dan denk je bij de laatste soms: nog even doorzetten, dan hebben we het weer voor elkaar.”

De nieuwsgierige koeien, en dan vooral pinken, langs de slootkant leveren bijzondere momenten op. Ze komen liefst met een hele groep kijken wat er gebeurt. “Ze vinden het spannend, maar zijn ook ontzettend nieuwsgierig. Echt heel leuk en het levert mooie foto’s op.”

Van veldnotities naar inzicht
Na elke meetronde worden de gegevens digitaal vastgelegd, zodat collega’s ermee aan de slag kunnen voor de analyse. Harm maakt daarnaast foto’s en aantekeningen van opvallende situaties. Die kunnen later helpen om meetresultaten beter te begrijpen of afwijkingen te verklaren.

Drie zomers veldwerk hebben hem een scherp oog gegeven voor verschillen tussen sloten. “Als ik nu bij een slootkant kom, herken ik vaak al veel kenmerken. Soms kan ik een groot deel van het beoordelingsformulier al bijna invullen voordat ik de metingen heb gedaan. Je leert ontzettend veel door zoveel verschillende sloten te zien.”

Juist die combinatie van nauwkeurige metingen en kennis van de praktijk is waardevol voor het onderzoek. De gegevens laten zien hoe de sloten en oevers ervoor staan. De waarnemingen in het veld en de gesprekken met boeren helpen om die resultaten in de juiste context te plaatsen.

Wat vertelt de sloot over waterkwaliteit?
VeeST sluit goed aan bij de kennis en ervaring van NMI. De kwaliteit van bodem, water en slib hangen nauw met elkaar samen. Zo kan fosfaat dat zich in het slib heeft opgehoopt onder bepaalde omstandigheden weer vrijkomen in het water en zorgen voor een slechte waterkwaliteit.

Dat roept belangrijke vragen op. Wordt de waterkwaliteit vooral beïnvloed door bemesting, of spelen processen in de sloot zelf een grotere rol? En welke maatregelen zijn dan het meest effectief? Harm: “Het is belangrijk om goed te begrijpen waar een probleem vandaan komt. Als hoge fosfaatconcentraties bijvoorbeeld vooral samenhangen met wat er in het slib gebeurt, los je dat niet op met een lagere bemesting. Dan moet je verder kijken naar het beheer van de sloot en de oevers.”

Oeverafkalving is daarin een belangrijk aandachtspunt. Als oevers afbrokkelen, komt grond in de sloot terecht en neemt de hoeveelheid slib toe. Dat kan gevolgen hebben voor de waterkwaliteit en leidt bovendien tot verlies van landbouwgrond. De stabiliteit van oevers, het slootbeheer en de omstandigheden in het veenweidegebied verdienen daarom aandacht.

Een eindcongres en een volgende stap
Op dinsdag 8 december 2026 presenteren de partners van VeeST de resultaten en inzichten van drieënhalf jaar onderzoek tijdens het eindcongres bij de Eemlandhoeve. Het congres vormt een belangrijk moment om de opgedane kennis te delen en te bespreken wat die betekent voor het beheer van veenweidesloten.

Voor Harm is het onderzoek daarmee niet per se afgerond. Er lopen ook andere projecten rond het veenweidegebied en een ANB-pilot dat is gericht op integraal sloot- en oeverbeheer is recent goedgekeurd. Daarin zal meer aandacht komen voor maatwerk in het sloot- en oeverbeheer en natuurvriendelijk herstel van oever.

“Ik ben de afgelopen jaren in alle laagveengebieden van Nederland geweest. Het is mooi om te merken hoeveel je daarvan leert. En ik hoop dat ik bij een vervolg weer betrokken mag zijn. We hebben nu veel sloten in kaart gebracht, maar de volgende stap is natuurlijk de daadwerkelijke praktische verbetering.”

Want één ding is duidelijk: de kwaliteit van veenweidesloten blijft een belangrijk onderwerp. Met goed onderzoek, kennis van de praktijk en gericht beheer kunnen de resultaten van VeeST helpen om beter onderbouwde keuzes te maken voor de toekomst.

Meer weten over de resultaten?
Tijdens het VeeST-eindcongres op 8 december 2026 worden de onderzoeksresultaten en inzichten van de afgelopen drieënhalf jaar gepresenteerd.

Praktische informatie

  • Datum: dinsdag 8 december 2026
  • Locatie: Eemlandhoeve, Bunschoten
  • Congres: 10.00 tot 13.00 uur
  • Lunch: aansluitend aan het congres
  • Optionele excursie: 14.00 tot 16.00 uur

Ben je erbij? Meld je hier aan

Meer informatie vind je op de website van VIPNL. Het definitieve programma wordt enkele weken voor het congres bekendgemaakt.



Secret Link