NMI-onderzoek naar exportkansen dierlijke mest basis voor verdere verkenning mestmarkten

De eerder dit jaar door NMI uitgevoerde verkenning naar verhoogde exportkansen voor dierlijke mest is de basis voor verdere verkenningen van die mestmarkten. Dat blijkt uit de inzet van demissionair landbouwminister Femke Wiersma op exportmissies en het hiervoor aanwijzen van een meststoffengezant.

In opdracht van het ministerie van LVVN heeft NMI dit jaar in kaart gebracht wat de ruimte is voor import van mest in een aantal landen in Europa. Dit heeft gezorgd voor nieuwe inzichten die leiden tot verkenning van de aangewezen potentiële mestmarkten. Demissionair landbouwminister Femke Wiersma haalt het aan in een brief aan de Tweede Kamer over ontwikkelingen binnen het mestbeleid. Zij baseert zich op het eerder dit jaar gehouden symposium Mestverwerking en export mest. NMI presenteerde hier de conclusies van haar onderzoek, namelijk dat  de kansen voor een verhoogde export van mest vooral aanwezig zijn in het noorden, midden en oosten van Frankrijk, het oosten van Duitsland, het westen van Polen en de Baltische Staten. Op 24 juni zijn de resultaten eveneens gepresenteerd tijdens het goed bezochte symposium ‘Mest: het bruine goud’ in ’s-Hertogenbosch.

Exportbevordering

Wiersma schrijft in de kamerbrief: “Exportbevordering is één van maatregelen van de aanpak van de mestmarkt waar ik op inzet. Hiervoor heb ik een aantal concrete acties genomen.” Op het symposium was ook het LVVN Attaché Netwerk uit Frankrijk, Duitsland en Polen aanwezig, geeft Wiersma aan. Zij zijn bezig met het voorbereiden van een aantal exportmissies voor geïnteresseerde bedrijven. “De eerste missie naar Frankrijk staat begin juli gepland. Voor het leiden van deze missies heb ik een meststoffengezant benoemd, zoals met u gedeeld tijdens het Commissiedebat mestbeleid op 12 maart jl., namelijk de heer Knops. Hij zal als boegbeeld fungeren, contacten leggen en zo de afzet van dierlijke meststoffen ondersteunen.”

Acceptatiegraad

NMI-projectleider Romke Postma benadrukt dat in het onderzoek is gekeken naar de nutriëntenbehoefte, de lokaal geproduceerde mest en de acceptatiegraad in omringende landen, waar Nederland met haar mestaanbod op kan inspelen. “In ons land hebben we door de overschotten te maken met een negatieve mestprijs, maar dat is in het buitenland vrijwel nergens het geval. Daar kunnen we helpen om hogere opbrengsten en een betere bodemvruchtbaarheid te realiseren. Onze verkenning schetst echter een theoretisch beeld dat een praktisch vervolg moet krijgen. Dat gaat nu gebeuren met handelsmissies. Voor ons is het een mooie manier om te laten zien wat je met open data in combinatie met onze kennis kunt bereiken. Daar wordt heel positief op gereageerd.”

 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Romke Postma, e-mail romke.postma@nmi-agro.nl, tel. 06 4602 0776