Efficiënt omgaan met stikstof

Het wordt steeds belangrijker om bij de bemesting te zorgen voor een hoge stikstofbenutting (N-benutting). Dit komt doordat de gebruiksnormen, met name op zandgronden en in NV-gebieden, verder worden aangescherpt. Daarnaast speelt dit een belangrijke rol binnen doelsturing, waarbij gestuurd wordt op een lage Nmin-voorraad in het najaar en/of een laag overschot op de stikstofbalans. Dit onderwerp stond dan ook centraal tijdens de gezamenlijke themamiddag van de CBGV en CBAV op 5 februari jl. Hieronder staan de belangrijkste handvatten voor het realiseren van een hoge N-benutting.

Bemestingsadvies biedt handvatten
Het bemestingsadvies biedt handvatten voor een efficiënte N-aanvoer, met richtlijnen voor de juiste dosering, het optimale tijdstip en de juiste plaats van toediening. Daarnaast zijn een goede bodemkwaliteit (bodemstructuur, pH, organische-stofgehalte) en voldoende vochtbeschikbaarheid essentieel voor een optimale gewasgroei en opbrengst.

Op droogtegevoelige percelen waar de opbrengst achterblijft en beregening niet mogelijk is, is het raadzaam de stikstofgift te verlagen. Verder kunnen tijdig gezaaide vanggewassen en/of wintergranen stikstofverliezen door uitspoeling in het najaar beperken.

Nmin-voorraad voorjaar als basis voor juiste N-gift
Richtlijnen voor de juiste stikstofgift zijn voor ieder gewas beschikbaar en bij de meeste gewassen gebaseerd op de Nmin-voorraad in de bodem in het vroege voorjaar. Een hoge Nmin-voorraad betekent dat kan worden volstaan met een lagere gift, terwijl bij een lage voorraad juist meer stikstof nodig is. De bemonsteringsdiepte verschilt per gewas en grondsoort.

De Nmin-voorraad in het voorjaar wordt beïnvloed door perceelshistorie (voorvrucht en bemesting) en weersomstandigheden in de winter. Door de relatief droge winter van 2025/2026 zijn in februari 2026 op diverse percelen in Limburg relatief hoge Nmin-voorraden gemeten (tot 160 kg N/ha in de laag 0–90 cm). Het is daarom belangrijk deze Nmin-voorraad daadwerkelijk te laten bepalen.

Voor aardappelen en diverse groentegewassen zijn N-bijmestadviezen beschikbaar. Hierbij wordt de stikstofgift gesplitst in een basisgift bij poten, zaaien of planten en een bijmestgift tijdens het groeiseizoen. Dit biedt mogelijkheden om in te spelen op stikstofmineralisatie, die in het vroege voorjaar moeilijk te voorspellen is.

Aandacht voor groenbemesters op kleigrond
De bemesting van groenbemesters op kleigrond vraagt extra aandacht; raadpleeg hiervoor de beschikbare adviezen. Op deze akkerbouwbedrijven wordt de N-bemesting vaak via dierlijke mest toegediend, waarbij de dosering moet aansluiten bij de stikstofopnamecapaciteit van de groenbemester.

In de praktijk is de N-gift meestal alleen zinvol na graan, omdat na aardappelen en uien doorgaans voldoende stikstof in de bodem achterblijft. Een te hoge gift leidt tot hoge Nmin-residuen, wat ongunstig is voor doelsturing en kan resulteren in verliezen door uitspoeling en denitrificatie.

Daarnaast geldt: hoe later de groenbemester wordt gezaaid, hoe lager de stikstofopname. In dat geval moet de mestgift worden beperkt of achterwege blijven.

N-korting bij nawerking van stikstof
Bij het bepalen van de stikstofgift moet rekening worden gehouden met de nawerking van stikstof uit onder andere gescheurd grasland, stikstofrijke gewasresten, groenbemesters en organische mest. Deze nalevering kan in mindering worden gebracht op de bemesting van het volggewas. Onvoldoende correctie kan leiden tot hoge Nmin-residuen in het najaar en is daarmee ongunstig voor doelsturing.

Na het scheuren van grasland varieert de N-korting, afhankelijk van de leeftijd van het grasland, tussen 70 en 135 kg N/ha. Hoe ouder het grasland, hoe meer stikstof mineraliseert en hoe groter de N-korting. Ook eerder gescheurd grasland kan nog stikstof naleveren. Uit stikstofrijke gewasresten van voorvruchten, zoals suikerbieten, luzerne en sommige groentegewassen, komt tijdens het groeiseizoen nog stikstof vrij, waardoor een korting van 20 tot 75 kg N/ha mogelijk is.

Na het inwerken van groenbemesters komt eveneens stikstof vrij. Afhankelijk van type, stikstofinhoud en inwerkmoment kan de korting voor het volggewas variëren van 20 tot 60 kg N/ha. Hiervoor zijn praktische vuistregels beschikbaar.

Na toediening van vaste mest in het najaar kan, afhankelijk van de mestsoort, 15% tot 25% van de totale N-aanvoer worden verrekend in het volggewas. Bij jaarlijkse toediening van organische mest kan de werking van de organische stikstoffractie bovendien 20% tot 35% hoger zijn dan de eerstejaarswerking. Meer informatie over de N-werking van organische mest is hier te vinden.

Tenslotte is er een overzicht beschikbaar van praktische maatregelen voor een hoge N-benutting: Maatregelen ter beperking van stikstofverliezen in de akkerbouw.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Romke Postma, e-mail romke.postma@nmi-agro.nl, tel. 06 4602 0776
Dit artikel is eerder verschenen op de website van de Commissie Bemesting Akkerbouw en Vollegrondsgroenteteelt