Stagiair werpt een nieuwe blik op bodemgezondheid in de tropen
- september 14, 2026
- Posted by: admin_1712
- Categorie:
Hoe gezond is de bodem in tropische gebieden? En hoe kun je dat eigenlijk meten? Tijdens zijn afstudeerstage bij NMI onderzocht Rifqi Aditya Nugraha, MSc-student Earth and Environment aan Wageningen University & Research, of de Open Soil Index (OSI) geschikt kan worden gemaakt voor tropische omstandigheden. Zijn onderzoek leidde tot een eerste versie van de Open Tropical Soil Index (OTSI): een nieuwe manier om bodemgezondheid in tropische gebieden te beoordelen en in kaart te brengen.
Gezonde bodems zijn van groot belang voor mens en natuur. In tropische ecosystemen vormen bodems bijvoorbeeld de basis voor producten als koffie en cacao en ondersteunen ze belangrijke ecosysteemdiensten. Tegelijkertijd verschillen tropische bodems en klimaatomstandigheden sterk van de gematigde omstandigheden waarvoor veel bestaande methoden zijn ontwikkeld.
Van OSI naar OTSI
Tijdens zijn stage bij NMI werkte Rifqi aan het aanpassen van de Open Soil Index (OSI) naar de Open Tropical Soil Index (OTSI). Het doel is om een transparante en aanpasbare manier te ontwikkelen waarmee bodemgezondheid in verschillende (tropische) landschappen kan worden beoordeeld. De door NMI ontwikkelde OSI-methode vormde de basis. OSI biedt een open en modulair raamwerk om bodemgezondheid te beoordelen en duurzaam bodembeheer te ondersteunen.
De OSI is oorspronkelijk vooral ontwikkeld voor gematigde bodems en klimaatomstandigheden. Rifqi onderzocht hoe deze aanpak kon worden aangepast aan tropische ecosystemen. Daarbij bleef de basis van de OSI behouden, maar werden de bodemfuncties, indicatoren en grenswaarden aangepast op basis van beschikbare kennis over tropische bodemgezondheid en relatief ongestoorde referentiebodems.
Bodemgezondheid in Indonesië in kaart gebracht
Om te onderzoeken hoe de OTSI in de praktijk werkt, paste Rifqi het raamwerk toe op Indonesië. Hiervoor gebruikte hij bodemgegevens uit de FAO Harmonized World Soil Database. Negen chemische en fysische bodemindicatoren werden gecombineerd tot één totaalscore voor bodemgezondheid.
De resultaten laten duidelijke verschillen zien in bodemgezondheid, zowel binnen als tussen verschillende Indonesische eilanden. In veel gebieden waren de scores laag tot gemiddeld. Ook bleek dat niet overal dezelfde bodemfuncties de beperkende factor zijn.
Om de resultaten beter te kunnen beoordelen, vergeleek Rifqi de kaart met verschillende bodems en landschappen die hij uit eigen onderzoekservaring in Indonesië kent. Het ging onder meer om sterk verweerde rode kleibodems in Jambi, kwartsrijke zandbodems in Zuid-Kalimantan en vulkanische bodems in Oost-Java. De grote lijnen van de OTSI-kaart kwamen over het algemeen overeen met de bodemomstandigheden die hij uit deze gebieden kende.
Een eerste stap naar verdere ontwikkeling
Het onderzoek laat volgens Rifqi zien dat de open en schaalbare aanpak van de OSI een interessant vertrekpunt kan zijn voor het beoordelen van bodemgezondheid buiten gematigde klimaatzones.
De OTSI is daarbij nadrukkelijk geen afgeronde of vaste methode. Het raamwerk kan verder worden ontwikkeld naarmate meer gegevens en kennis over tropische bodems beschikbaar komen. Toekomstig onderzoek kan zich bijvoorbeeld richten op het toevoegen van relevante bodemfuncties en het verder verfijnen van de scoringsparameters met behulp van meer veldonderzoek en langlopende experimenten.
Ook ziet Rifqi mogelijkheden om OTSI verder te ontwikkelen als open-source instrument. Daarmee zou in de toekomst niet alleen inzicht kunnen worden gegeven in bodemkundige beperkingen, maar kunnen deze beperkingen ook worden gekoppeld aan concrete adviezen voor bodembeheer.
Van wetenschap naar praktijk
Juist de combinatie van onderzoek en praktische toepassing sprak Rifqi aan tijdens zijn stage bij NMI. “NMI zit voor mij op een interessante plek tussen wetenschap en praktijk. Het verbinden van academische kennis met praktische toepassing vind ik belangrijk, maar ook uitdagend.”
Hij kijkt dan ook positief terug op zijn tijd bij NMI. De combinatie van inhoudelijke kennis, flexibiliteit en de mogelijkheid om zelfstandig te werken beviel hem goed. Ook de begeleiding tijdens zijn onderzoek waardeerde hij. Die was volgens Rifqi duidelijk en behulpzaam en hielp hem om zijn onderzoek goed uit te voeren. En natuurlijk waren er ook de kleine dingen die een stage leuk maken: de koffie en de gesprekken tijdens de pauzes.
Een mooie stap voor tropische bodemgezondheid
Met de ontwikkeling van de OTSI heeft Rifqi een eerste stap gezet richting een methode waarmee de OSI-benadering ook buiten gematigde klimaatzones kan worden toegepast.
Voor NMI laat het onderzoek bovendien zien wat er mogelijk is wanneer kennis uit onderzoek wordt gecombineerd met een open en praktische benadering van bodemgezondheid.
Rifqi is inmiddels afgestudeerd en staat open voor een volgende stap binnen de bodemkunde, in Nederland of Indonesië. Ook een PhD-onderzoek naar bodems in tropische ecosystemen behoort tot zijn mogelijkheden.