
Uit onze eerdere studies met WML bleek dat het meeste niet-agrarische landgebruik, zoals natuurlijke graslanden en jonge bossen, een lage nitraatuitspoeling veroorzaakt. Sommige oude bossen hadden in de jaren 2021-2023 echter een (zeer) hoge nitraatuitspoeling. Zie rapport 1858.N.21
en rapport 1924.N.23.
Om het patroon en de oorzaken van de hoge uitspoeling uit oude bossen te onderzoeken, heeft NMI een vervolgstudie uitgevoerd met negen oude bossen in WML-percelen.
Metingen in de winter van 2024/25 toonden aan dat drie van de negen bossen sterk verhoogde nitraatconcentraties vertoonden, met waarden tot 600 mg L-1. Dit was niet zo extreem hoog als de metingen in 2021/22 en 2022/23 (hoger dan 1000 mg L-1). Oude bossen met grote stikstofvoorraad en daarmee hoge afbraak vanuit bodem, zoals de bossen op lössgronden, vertonen een hogere uitspoeling. Uitspoeling bleek sterk wordt beïnvloed door weersomstandigheden, waarbij in een droog jaar (zoals 2020 en 2022) minder N-opname door planten plaatsvond en daardoor een hogere N-uitspoeling.
Door de hoge stikstofdepositie in de afgelopen decennia zijn oude bossen sterk verzadigd met stikstof en bevatten ze een grote stikstofvoorraad in de bodem.
Als het evenwicht door externe factoren zoals droogte wordt verstoord, kan er stikstof in het milieu terechtkomen. Om het risico van nitraatuitspoeling te verminderen, is het belangrijk om de inspanningen voort te zetten om de atmosferische N-depositie te verlagen en te werken aan toekomstbestendig bosbeheer.
Auteur(s): Yuki Fujita, Brenda Langevoort, Dirk Thijssen, Gerard H. Ros
Download hier het uitgebrachte rapport
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Yuki Fujita, e-mail yuki.fujita@nmi-agro.nl

