Lees hier het rapport

Het landbouwkundig handelen is van grote invloed op de bodemkwaliteit, bijvoorbeeld wat betreft het beschikbaar komen van mineralen en de opbouw van organische stof. De aandacht voor de bodemkwaliteit is in de melkveehouderij groeiende, en daarbij is sprake van een groeiende vraag naar nieuwe en betere meetmethoden en daarop gebaseerde adviezen. Vanuit de wetenschap is veel kennis beschikbaar over de rol die bodemenzymen kunnen spelen bij de bodemkwaliteit, in het bijzonder het beschikbaar komen van mineralen. Als melkveehouders zouden kunnen beschikken over een bemestingsadvies op basis van een enzymmeting, dan hebben zij een nieuwe ingang om de ruwvoerproductie op peil te houden.

Projectnummer: 1405
Opdrachtgever: Productschap Zuivel

Lees hier het uitgebrachte rapport

 

 

In 2011 heeft NMI op verzoek van de Commissie Bemesting van Grasland en Voedergewassen (CBGV) een studie verricht naar de ontwikkeling van de boriumtoestand op maïspercelen. Tevens is het advies voor de boriumbemesting geüniformeerd voor voedergewassen, akkerbouw en vollegrondsgroenten. De resultaten staat in de 'Notitie betreffende het belang van borium'.

Lees hier deze Notitie


 
   
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
 
 
 


Wereldwijde schaarste van voedingsstoffen is dichterbij dan algemeen gedacht. Dergelijke schaarsten zullen gevolgen hebben voor gewasopbrengsten en volksgezondheid. Voor Nederland en Europa zullen dergelijke tekorten ook geopolitieke risico's met zich meebrengen in de vorm van een te sterke afhankelijkheid van grondstofrijke landen.
NMI heeft meegewerkt aan een studie van Platform Landbouw, Innovatie & Samenleving. Doel van deze studie is om vast te stellen hoe urgent een mogelijk wereldwijde schaarste van micronutriënten is, in de nabije en verre toekomst. Voorts is onderzocht wat de gevolgen zijn van deficiënties van micronutriënten voor gewassen, voor vee en voor de mens. Tenslotte worden voorstellen gedaan voor beleid, voor de landbouwpraktijk en voor het onderzoek in Nederland en Europa.

Lees hier het uitgebrachte rapport

Lees hier het achtergrondrapport

En lees hier een in Trouw verschenen artikel over dit onderwerp


  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
 
 
 


Er is twee jaar onderzoek uitgevoerd op praktijkpercelen naar de optimale bemesting van snijmaïs en grasland op basis van twee fosfaat bodemkengetallen.
Maïs
De belangrijkste resultaten zijn dat:

  • fosfaatplaatsing in de rij belangrijk is voor de opbrengst van snijmaïs
  • het baseren van de fosfaatbeschikbaarheid op twee kengetallen, PPAE en PAL, heeft meerwaarde ten opzichte van één kengetal
  • er een nieuw fosfaatbemestingsadvies voor maïs is ontwikkeld dat geaccordeerd is door de Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen. Dit nieuwe advies is voor de lagere fosfaattoestanden lager dan voorheen. Tegelijkertijd blijft het van belang om bij hogere toestanden een klein beetje fosfaat in de rij te geven. 

Lees hier het uitgebrachte rapport m.b.t. snijmaïs

Gras
De belangrijkste resultaten zijn

  • dat extra fosfaatbemesting na een basisgift dierlijke mest geen significante meeropbrengst geeft, maar wel een significant hoger P-gehalte
  • de P-toestand is minstens zo belangrijk voor een goede opbrengst of P-gehalte dan P-bemesting. Het effect van een lage toestand op opbrengst of P-gehalte kan door P-bemesting niet volledig worden gecompenseerd
  • het baseren van de P-beschikbaarheid op twee kengetallen, PPAE en PAL, heeft meerwaarde ten opzichte van één fosfaatkengetal. Dit komt vooral tot uiting op basis van het P-gehalte in gras
  • op basis van praktijkdata is voor de 1e snede een nieuw fosfaatbemestingsadvies af te leiden dat stuurt op het P-gehalte van gras.

Lees hier het uitgebrachte rapport m.b.t. grasland