Het doel van het project Biobrood van eigen bodem was gericht op het verbeteren van het imago van biologisch brood door het verhogen van het aandeel Nederlandse tarwe, wat mogelijk een bijdrage kan leveren aan het vergroten van de afzetmogelijkheden ervan. Belangrijk knelpunt daarbij is de kwaliteit van (biologische) tarwe van Nederlandse bodem. Daartoe is een consumentenonderzoek uitgevoerd en zijn veldproeven met bemestingsvarianten uitgevoerd. Tenslotte zijn met de tarwe uit de veldproeven bakproeven uitgevoerd.

Projectnummer: 1136
Projectleider: Romke Postma
Opdrachtgever: Bedrijven/Ketenpartners + subsidie van LNV
Samenwerking: AFSG, LBI, Bakkerij Verbeek, Udea, Agrifirm
Looptijd: 2007-2008

Lees hier het rapport


 
   
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
 
 
 


Mineralen en spoorelementen zijn belangrijk voor gewasgroei en diergezondheid. Elementen als Mg, Na, Zn, Cu, Co en Se zijn niet snel beperkend voor de gewasgroei, maar ze zijn vooral van belang voor de voorziening van het vee met deze nutriƫnten. In onderzoek en praktijk bestaat er al een verschil van inzicht over hoe graasdieren optimaal te voorzien met mineralen en spoorelementen.Moet dit nu via het bodem- en gewasspoor met op maat bemesting voor hogere gewasgehalten of via het voerspoor (krachtvoeders, mineralenmengsels of likstenen)?

Project: 1139
Opdrachtgever:
Productschap Zuivel
Samenwerking met:
Animal Science Group
Looptijd:
 2006-2007

Lees hier het rapport


 
   
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
 
 
 


Vanaf 1 januari 2006 zullen voor alle teelten in Nederland gebruiksnormen gaan gelden met betrekking tot de stikstofbemesting van de gewassen. Deze gebruiksnormen worden gebaseerd op de huidige stikstofbemestingsadviezen. Vanuit de agrarische praktijk wordt gesteld dat voor een aantal gewassen/teelten/rassen deze stikstofbemestingsadviezen te laag zijn. Daarom is in het najaar van 2004 een protocol opgesteld voor de actualisatie van de bemestingsadviezen voor stikstof (Ten Berge et al., 2005).

LTO Nederland heeft voor brouwgerst, graszaad en prei in de afgelopen maanden een hoeveelheid praktijk- en proefveldgegevens verzameld omtrent de benodigde
stikstofbemesting. Aan Nutriƫnten Management Instituut NMI is gevraagd om deze gegevens te beoordelen en waar nodig te bewerken, zodat zij kunnen dienen als
basis voor een actualisatie van de stikstofbemestingsadviezen van deze drie gewassen.

Voor brouwgerst waren te weinig gegevens beschikbaar voor een officieel nieuw advies. Uit de aanwezige gegevens is wel berekend dat een voorstel voor een voorlopig advies zou kunnen zijn: 130 - Nmin.

Voor graszaad (Engels raaigras) waren voldoende gegevens beschikbaar om een nieuw advies te genereren: 210 - 0,6 * Nmin. Voor een definitieve adviesaanvraag is nog wel een statistische bewerking van deze proefgegevens nodig.

Bij prei duiden gegevens uit de praktijk op een hogere benodigde stikstofgift dan het huidige advies. Er waren echter te weinig gegevens voorhanden om het huidige advies te actualiseren.

Lees hier het rapport