Fosfaat in Bodem

Door de wetgeving zal de gebruiksnorm in de akkerbouw voor fosfaat van 85 kg P2O5/ha in 2008 de komende jaren stapsgewijs afnemen tot 60 kg P2O5/ha in 2015 (mogelijk met een differentiatie op basis van het Pw-getal van de grond). Gezien het feit dat de gemiddelde onttrekking of afvoer met het geoogst product van ongeveer 60 kg P2O5/ha, zal de beschikbaarheid van fosfaat belangrijker worden. Onder andere als gevolg van de gebruiksnormen zijn er nieuwe (vloeibare) fosfaat meststofsystemen op de markt gekomen. Deze nieuwe fosfaatmeststoffen zouden de efficiëntie van de fosfaatbemesting verhogen.
In 2009 en 2010 zullen veldproeven worden aangelegd waarbij het gebruik van vloeibare fosfaatmeststoffen wordt vergeleken met een korrelmeststof. Om een duidelijk beeld te krijgen in de efficiëntie van de vloetbare meststoffen zal de opbrengst (inclusief sortering) en kwaliteit van de aardappelen worden bepaald.

Project: 1325
Opdrachtgever: Productschap Akkerbouw, uitgevoerd door DLV PLant
Samenwerking met: DLV Plant, Proefboerderij Rusthoeve
Looptijd: 2009-2010

 

 

Silicium (Si) is één van de basisbestanddelen van grond, maar is toch vrijwel niet in opneembare vorm aanwezig. Daarnaast is nog niet aangetoond dat Si een noodzakelijk nutriënt is, maar heeft het vaak gunstige effecten op de groei van de meeste planten. Proeven in het buitenland geven aan dat het toedienen van oplosbaar Si de weerstand tegen droogtestress en tegen infectieziekten kan verhogen en dat het de opname of benutting van fosfaat verbetert. In deze literatuurstudie is nagegaan wat er bekend is over de zojuist genoemde punten en voor zover er gegevens zijn richt zich de aandacht daarbij vooral op (poot)aardappelen.

Projectnummer: 1361
Opdrachtgever: Productschap Zuivel

Lees hier het rapport


 
   
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
 
 
 


In de Hoeksche Waard wordt het functioneel gebruik van (agro)biodiversiteit op percelen al een aantal jaren toegepast om de akkerbouw te verduurzamen. Gebleken is dat ook de groenblauwe elementen in de omgeving, zoals wegbermen, dijktaluds en kreekoevers, ingezet kunnen worden ten behoeve van een versterking van dit concept. Ten behoeve van een optimaal ecologisch beheer van de genoemde groenblauwe elementen is de afvoer van maaisel gewenst. In het algemeen is de kwaliteit van dit maaisel onvoldoende om als ruwvoer voor dieren te dienen en is een alternatieve afzet nodig. Hiervoor zijn een aantal verwerkingsroutes in beeld, zoals compostering en verwerkingsroutes waarbij energie wordt opgewekt, zoals vergisting, verbranding en pyrolyse. Het doel van de in dit rapport beschreven studie was gericht op het verwerven van inzicht in de haalbaarheid van verschillende verwerkingsroutes van maaisel van bermen, dijktaluds en kreekoevers in de Hoeksche Waard, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de juridische status van de eindproducten en effecten op ecosysteemdiensten van de bodem. Het betreft een vergelijking tussen compostering, vergisting en pyrolyse.

Project: 1359
Projectleider: ir. R. Postma

Lees hier de samenvatting en conclusies van het rapport


 
   
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
 
 
 


Fosfaat in Bodem

Nutriënten Management Instituut en Animal Science Group hebben een studie uitgevoerd naar het optimale Na-gehalte van gras voor een maximale grasopname en hoe dit optimale Na-gehalte via bemesting is te realiseren. Een waarde van ongeveer 2,5 g Na per kg ds in gras lijkt optimaal, mede op basis van voederproeven. Om te kunnen sturen op een gewenst Na-gehalte door bemesting is het van belang om rekening te houden met de Na- K- en Mg-toestand van de grond, maar ook met de N-, K- en Mg-bemesting. Een nieuwe Na-adviessystematiek voorziet hierin.

Projectnummer: O 896
Opdrachtgever: Productschap Zuivel

Lees hier de samenvatting en conclusies

Lees hier het rapport

 

 

Fosfaat in Bodem

Lees hier het artikel