In de Hoeksche Waard wordt het functioneel gebruik van (agro)biodiversiteit op percelen al een aantal jaren toegepast om de akkerbouw te verduurzamen. Gebleken is dat ook de groenblauwe elementen in de omgeving, zoals wegbermen, dijktaluds en kreekoevers, ingezet kunnen worden ten behoeve van een versterking van dit concept. Ten behoeve van een optimaal ecologisch beheer van de genoemde groenblauwe elementen is de afvoer van maaisel gewenst. In het algemeen is de kwaliteit van dit maaisel onvoldoende om als ruwvoer voor dieren te dienen en is een alternatieve afzet nodig. Hiervoor zijn een aantal verwerkingsroutes in beeld, zoals compostering en verwerkingsroutes waarbij energie wordt opgewekt, zoals vergisting, verbranding en pyrolyse. Het doel van de in dit rapport beschreven studie was gericht op het verwerven van inzicht in de haalbaarheid van verschillende verwerkingsroutes van maaisel van bermen, dijktaluds en kreekoevers in de Hoeksche Waard, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de juridische status van de eindproducten en effecten op ecosysteemdiensten van de bodem. Het betreft een vergelijking tussen compostering, vergisting en pyrolyse.

Project: 1359
Projectleider: ir. R. Postma

Lees hier de samenvatting en conclusies van het rapport