De samenstelling van dierlijke mest verandert onder invloed van de bedrijfsvoering en van de gebruiksnormen. In 2011 is de gemiddelde mestsamenstelling per diersoort geactualiseerd. Deze geactualiseerde samenstelling en de achtergronden ervan zijn vermeld in Rapport 1 van de CBGV 'Mestsamenstelling in Adviesbasis Bemesting Grasland en Voedergewassen'.

Lees hier het genoemde rapport van de CBGV


 
   
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
 
 
 


De laatste jaren komen er in toenemende mate producten op de markt die afkomstig zijn uit mestscheidings- en mestbewerkingsinstallaties, luchtwassers en industriële productie (bijvoorbeeld uit de voedingsindustrie). Het betreft zowel vloeibare als vaste producten. Deels hebben deze producten een toelating gekregen om ingezet te worden als meststof, deels worden ze ook toegepast zonder toelating. Van belang is vast te stellen wat de landbouwkundige waarde van deze producten is en of deze producten een goedkoper alternatief kunnen zijn voor de gangbare meststoffen.

Lees hier een verschenen Factsheet over dit onderwerp

Bijlage 1 van de Factsheet (lijst aanbod vloeibare meststoffen)


   
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
 
 
 


In het Convenant "Schone en Zuinige Agrosectoren" (juni 2008) is vastgelegd dat de ATV-sectoren (akkerbouw, tuinbouw open teelten en grondgebonden veehouderij) er naar streven om in 2020 de helft van de kunstmest te vervangen door meststoffen met een 50% lagere emissie bij productie en aanwending. Agentschap NL heeft NMI verzocht een inventarisatie uit te voeren naar de emissies van broeikasgassen bij de productie en het gebruik van kunstmest in de ATV-sectoren in Nederland.

Lees hier het rapport

Lees hier de samenvatting en conclusies van het rapport


   
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
 
 
 


 

Dt rapport probeert een antwoord te geven op de vraag hoe melkveehouders de beperkte hoeveelheid Stikstof(N)meststoffen maximaal kunnen benutten naast de op het bedrijf aanwezige dierlijke mest. Daartoe is in opdracht van Productschap Zuivel een literatuurstudie uitgevoerd naar de effecten van het gebruikte type en de toedieningsvorm van N-kunstmeststoffen op de gewasopbrengst, de N-opname en eiwitkwaliteit. Nagegeaan is of de N-benutting verhoogd kan worden door een betere inzet van meststoffen en beperking van de verliezen door ammoniakvervluchtiging, nitraatuitspoeling, denitrificatie en lachgasontwikkeling. Naast type en toedieningsvorm zijn ook fysiologische en fysische aspecten van de meststoffen in de afweging meegenomen. Veredeling en een betere voorspelling van de N-mineralisatie uit e bodem kunnen een rol spelen om de N-benutting te verhogen. Verder zijn de bodemkwaliteit, de voorziening met overige nutriënten en het management belangrijke aspecten om de N-benutting te verbeteren. In een Handreiking zijn tenslotte de verschillende aspecten samengebracht in een advies voor de praktijk.

Project: 1364
Opdrachtgever: Productschap Zuivel

Lees hier de samenvatting en conclusies van het rapport
Lees hier het rapportHandreiking


 
   
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
 
 
 


Perspectieven voor de melkveehouderij

In dit rapport is een studie beschreven naar de mogelijkheden van het bewerken van rundveemest op de boerderij tot kunstmestvervangers. Het doel van deze studie is het verminderen van de mestafvoer, waardoor de prijzen voor mestafzet mogelijk zullen dalen. Daarnaast het benutten van een deel van de bewerkte mest als kunstmestvervanger, waardoor minder kunstmeststoffen behoeven te worden aangekocht. De mogelijkheden en perspectieven zijn beschreven bij de huidige definitie van een kunstmestvervanger en bij  een ruimere definitie. Bij de huidige definitie moet de werking van de nutriënten vergelijkbaar zijn met die van kunstmest en mag het product weinig of geen organische stof bevatten. Bij de ruimere definitie is ervan uitgegaan dat 80 procent van de dunne fractie van mest wordt aangemerkt als kunstmestvervanger en 20 procent als dierlijke mest. De studie is gefinancierd door het Productschap Zuivel en heeft betrekking op bestaande technieken.
Lees hier de samenvatting en conclusies van het rapport.

Projectnummer:
1211.06
Opdrachtgever:
Productschap Zuivel

Lees hier het rapport