Eindelijk is het concept voor de herziening van de EG verordening meststoffen openbaar gemaakt. Hiermee moet het makkelijker worden om innovatieve bemestingsproducten uit de circulaire economie binnen de gehele Europese gemeenschap als EG-meststof te verhandelen. Daarmee worden vooral producten bedoeld uit gerecycleerd bioafval of secundaire grondstoffen, die organische materiaal of nutriënten bevatten. De nieuwe meststoffenverordening is dan niet alleen meer van toepassing op anorganische meststoffen, maar ook op organische meststoffen, bodemverbeteraars en biostimulanten. Compost en digestaat, ook uit dierlijke bij-producten als mest, zijn expliciet opgenomen. Daarmee wordt de handel over de grenzen van de omvangrijke stromen vereenvoudigd en worden de eisen in de gehele Europese Unie gelijk. Ook zullen een beperkt aantal eindproducten uit de mestverwerkingsketen worden opgenomen als EG-meststof, maar dit is nog niet verder uitgewerkt.

Hoe staat het dan met mineralenconcentraten en struvieten, waar de laatste jaren in Nederland veel over te doen is geweest? De mineralenconcentraten lijken buiten de EG-meststoffenverordening te vallen. Niet omdat zij geproduceerd zijn uit dierlijke mest, maar omdat de concentraties aan de waardegevende bestanddelen N en K zo laag zijn dat de mineralenconcentraten niet als EG-meststof gekwalificeerd. Of een status als EG-meststof ook daadwerkelijk zou betekenen dat mineralenconcentraten niet meer als dierlijke mest gelden valt overigens buiten de reikwijdte van de mesttstoffenverordening, omdat dit vanuit de nitraatrichtlijn is bepaald.

Ook voor struvieten lijkt de EG-verordening vooralsnog geen opening te bieden. Vooralsnog mogen voor de minerale meststoffen enkel uitgangsmaterialen uit primaire bronnen worden gebruikt. Struvieten worden nagenoeg altijd uit rest- of afvalstromen gewonnen en vallen hier dus buiten. De Europese Commissie neemt ruim de tijd om vast te stellen onder welke voorwaarden, procescondities en andere randvoorwaarden struviet, verbrandingsassen en biochar kunnen worden toegelaten. Dat is dus een achteruitgang voor de zuivere struvieten die op dit moment wel, maar onder de herziening niet, als meststof zijn toegelaten binnen de huidige EG-verordening.

Betekent dit het einde van de nationale meststoffenwetgeving? Bij lange na niet. Naast compost, digestaat, een beperkt aantal dierlijke bijproducten zijn slechts drie bijproducten toegelaten als uitgangsmateriaal voor EG meststoffen. De commissie ziet zelf ook in dat zij daamee veel mestproducten uitsluit. Daarom is expliciet opgenomen dat de lidstaten zelf, naast de EG-verordening, ook aanvullende wetgeving mogen hanteren om de handel in niet-EG-meststoffen te reguleren. Voor veruit de meeste “circulaire” meststoffen die nu zijn toegelaten via de Nederlandse Meststoffenwet verandert er dan ook weinig. De omvangrijke en tijdrovende procedure waarmee de toelating van biochar, struviet en verbrandingsassen als EG-meststof wordt onderzocht beloofd weinig vooruitzicht voor andere ‘innovatieve mestproducten uit de circulaire economie’, waarvoor een dergelijke procedure nog niet eens is gedefinieerd. Het veelgeplaagde protocol voor toelating als meststof binnen de Nederlandse meststoffenwet is dan wel zeer gedetailleerd, het is ook helder en geeft een afgebakend tijdspad. Voor de handel over de grens van deze mestproducten blijven de huidige obstakels bestaan. Daarmee is de herziening naast een vooruitgang toch ook wel een beetje een teleurstelling ten opzichte van de gewekte verwachtingen en de doelstelling van de herziening…

Geschreven door Laura van Schöll