Klimaat voor een boerenproef
Afgelopen zomer werd ik door vrienden gevraagd om te helpen bij het verhuizen. Sjouwen, helpen opruimen van overbodige spullen die jaren bewaard zijn. Zo kwam er een bakje met een op het eerste gezicht onduidelijke inhoud met zwart norit-achtig spul ‘boven water’. Ze wisten zich nog wel te herinneren dat ik het aan hen gegeven had. “Wat moesten we daar ook alweer mee”. Het zwarte spul bleek biochar te zijn. Ooit overgehouden van een project. “Goei spul” had ik destijds nog gezegd, “probeer het maar eens”. Ik had het ook in mijn eigen tuin gestrooid, op een zandig strookje tuin waarvan de kwaliteit nodig moest worden verbeterd. ‘Baat het niet, dan schaadt het vast ook niet’. Eén van mijn eigen schamele tuinproefjes. En natuurlijk allang weer vergeten. Henk Gemser zei destijds in reclames al: “dat kan beter”. En inderdaad het kan beter; het moet ook beter.

Bodemkwaliteit, grondige waarde
Voor een grondgebonden agrariër betekent grond heel veel. Als geen ander weet een boer dat de productie- en grondwaarde van verschillende waarde-factoren afhankelijk is. De landbouwkwaliteit is er één van en leidt vaak tot discussies met allerlei omstanders. Wat is bodemkwaliteit en hoe druk je zo’n eigenschap uit in iets dat begrijpelijk is? Dan blijkt dat daar een hele wereld achter schuil gaat. De vorige NMI-blog schetste de problematiek rondom het meten van bodemkwaliteit. Er is ook niet voor elk aspect van bodemkwaliteit een handelingsperspectief voor een agrariër, zo werd in de blog van maart duidelijk gemaakt. En toch zal een agrariër zo goed en kwaad als het kan moeten beslissen hoe de bodemkwaliteit kan worden verbeterd van de percelen op het bedrijf. Zeker nu er meer en meer producten vanuit allerlei hoeken te koop worden aangeboden die claimen goed te zijn voor de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld producten uit de mestvergisting of uit de 'circulaire economie'.

 proefveld

Boerenproef geeft vertrouwen
Hoe kun je als agrariër zelf, en ook voor je zelf, bepalen welke vernieuwing werkt en past. Vaak, zo niet altijd, zal dat zijn door het uit te proberen. Ergens op een stukje van een perceel uitproberen en kijken en meten wat er gebeurt. Een boerenproef dus. Daardoor bouw je ervaring met de omgang en werking van een product op. En als het goed gaat krijg je daarmee vertrouwen dat het product daadwerkelijk iets kan bijdragen aan een vernieuwde bedrijfsvoering. Dat klinkt groots, maar kan natuurlijk met evenveel recht iets kleins zijn. Houd wat je doet in een boerenproef zo eenvoudig mogelijk en laat het passen bij datgene wat je wilt bereiken. Door een boerenproef met en in een groep op te zetten, uit te voeren en te bespreken kun je er beter voor zorgen dat de resultaten van de boerenproef eerlijk en goed worden bekeken.

Boerenproef klimaatbestendig
Ik heb op deze plaats al eerder voor boerenproeven en vernieuwing in de praktijk gepleit. En dat doe ik opnieuw, omdat ik het belang van een vernieuwende landbouw heel groot vind. De landbouw kan en moet zich vernieuwen om bijvoorbeeld uitspraken dat boeren en tuinders op het bedrijf een bodemgerichte oplossing hebben voor de klimaatverandering gestand te doen.

En mijn eigen boerenproefje. Tja, met schaamrood moet ik bekennen dat ik er bij het begin onvoldoende over had nagedacht en niemand had mee laten kijken. Het is een vergeten proefje. Toch wat geleerd, “dat kan beter”.