Speeddaten bij de Global Soil Week

Half april werd in Berlijn de 3e Global Soil Week gehouden, een ontmoetingsplek voor stakeholders bij duurzaam bodemgebruik. De terugkerende vraag tijdens de week was 'hoe kan de wereldvoedselproductie omhoog om alle monden te voeden'. Een afwisselend programma stond garant voor veel netwerkmomenten. NMI was, met partners uit Europa, Afrika en Latijns Amerika, betrokken bij de voorbereiding van de dialoogsessie 'Soil and land information: How to support decision making?'. In een voorbereidende speeddate via Skype was het gelukt om de afzonderlijke ideeën van de partners te combineren. Voorstel van NMI was om samen met de provincie Noord Brabant de bodembiodiversiteitskaarten van die provincie te bespreken.
De keynotes speeches over beleidsrelevante bodeminformatie en nieuwe meetmethoden gaven een goede opening:
1) kaarten op Europees niveau zijn mooi, maar worden niet gebruikt;
2) boeren zijn de verbinding kwijt met de bodem.
Vooral dat laatste vond ik goed gezegd, omdat het een constatering was en geen verwijt. In een vijftal pitches kwam een aantal aspecten van het overkoepelend thema aan de orde, waaronder de ecosysteembenadering en hoe die te operationaliseren.
De provincie Noord Brabant pitchte over 'the making of' een set regionale bodembiodiversiteitskaarten en het gebruik daarvan. De opmerking dat Nederland haar vruchtbare bodems mede dankt aan zand en klei uit andere lidstaten (stuwzand, rivieren) brak, voor zover nog nodig, het ijs. De provincie geeft in het jaar van de bodem het thema vitale bodem volop aandacht. Kaarten van aantallen regenwormen en het risico op verdichting werden getoond. Communicatie met en demonstratie aan akkerbouwers en melkveehouders over het verbeteren van de kwaliteit van landbouwgrond werden genoemd als belangrijke doelen van de kaartenset.

GSW-2015

 

 Tijdens de discussie (regional café table) bleken weinig andere regio's te beschikken over dergelijke kaarten en daarop gebaseerd beleid. Er waren veel vragen over aanpak, kosten en interpretatie. Een ander punt van discussie betrof de relatie tussen gezonde bodem - gezond voedsel - gezonde mens. Intuïtief denken velen dat die relatie er is, maar statistisch is die moeilijk te leggen. Juist dan zijn bodemkaarten niet alleen maar mooi, maar kunnen ze helpen om plekken aan te wijzen waar extra aandacht nodig is.

Gaandeweg de conferentie stelde ik mezelf de vraag hoe ik, hoe NMI, de betrokkenheid bij 'global' nog beter tot uitdrukking kan laten komen. In een andere sessie zag ik wereldkaarten van de impact van handel op de leefomgeving, gemaakt door het Stockholm Environment Institute. Geen formele LCA, maar wel met hoge resolutie. Mooi voorbeeld was die van de cacao supply chain op biodiversiteit. Bodemkwaliteit en duurzaam bodemmanagement waren echter niet meegenomen in deze studie. Een gemis? Als NMI zouden we wel raad weten met die kennislacune. We pleitten al eerder voor opname van de organische stofbalans als onderdeel van certificering. Nou ja, wat niet is kan nog komen. Als consument ga ik alvast op zoek naar een lekker dik stuk fair trade chocola.