Bodembiodiversiteit: de microben aan het stuur?

Een recent artikel in Nature trok mijn aandacht: de onderzoekers Bardgett & van der Putten beschrijven in een mooi overzichtsartikel dat het bodemleven een cruciale rol speelt in het functioneren van terrestrische ecosystemen. Heel concreet betekent dit dat voedselproductie, natuurontwikkeling en een schoon milieu in handen liggen van triljoenen bodemorganismen: het bodemvoedselweb. Gezamenlijk zorgen zij voor een vruchtbare bodem, een goede bodemstructuur en een verhoogde ziektewerendheid. Hét bodemleven is daarbij nog steeds een wat abstract begrip. Zowel microscopisch kleine organismen als bacteriën en schimmels en grotere dieren als mieren, regenwormen en mollen bewerken actief de bodem. En actief betekent ook echt actief. In drie jaar tijd kunnen regenwormen bijvoorbeeld een hele bouwvoor 'omploegen'; dat betekent dat er jaarlijks circa 1 miljoen kg grond per hectare wordt 'geploegd'. Een ander voorbeeld: ondergrondse netwerken van schimmels zijn in staat om de aanwezigheid van plantenetende insecten door te geven aan nabijgelegen gewassen, die deze informatie kunnen gebruiken om mogelijke natuurlijke vijanden te lokken. Honderden publicaties uit de afgelopen 20 jaar bevestigen dat het bodemleven invloed heeft op de bodemkwaliteit. Zouden onze agrariërs nog wel opvallen tussen al die triljoenen bodemgebruikers?

Het belang van biodiversiteit in de bodem is echter een ander issue. Is bodembiodiversiteit echt relevant voor agrariërs? De wetenschappelijke literatuur is verdeeld. Aan de ene kant zijn er meerdere studies die laten zien dat het totaal aantal soorten in de bodem minder relevant is dan het aantal functionele soorten. Er zijn bijvoorbeeld tientallen soorten bacteriën en schimmels die organische stof kunnen afbreken en daarmee nutriënten leveren voor gewasopname. Eén soort meer of minder heeft weinig invloed op het functioneren van de bodem. Deze benadering wordt versterkt door praktijkervaringen uit de landbouw: decennia aan intensieve landbouw hebben vooralsnog niet gezorgd voor een uitgeleefde bodem. Verschillende toponderzoekers pleiten dan ook voor verdergaande intensivering van de landbouw. Grote temporele variaties in het voedselweb door weer, bemesting en gewasgroei suggereren daarnaast een grote mate van veerkracht: een soort die vandaag bijna uitsterft, kan morgen weer volop actief zijn. Betekent dit dat we ons geen zorgen meer hoeven te maken over het bodemleven in de agrarische praktijk?

Het artikel in Nature suggereert voorzichtig dat ondergrondse biodiversiteit een belangrijke - en mogelijk sturende - factor is in allerlei ecosysteemfuncties. Er komt meer en meer informatie beschikbaar die laat zien dat de biodiversiteit een rol speelt in de opbouw van organische stof, de beschikbaarheid van nutriënten, de ziektewerendheid en de milieukundige voetafdruk van de agrarische sector. Het in stand houden - dan wel verbeteren - van de ondergrondse biodiversiteit lijkt dan ook uitermate belangrijk.

Hoe moet dit concreet vorm gaan krijgen in het bodembeheer en nutriëntenmanagement van een agrariër? Op deze vraag is nog geen eenduidig antwoord te geven: de wetenschappelijke literatuur geeft weinig oplossingen. Vooralsnog moeten we het nog maar doen met ons boerenverstand: wie zorgt voor een goed productieklimaat in de bodem - door een goede bemesting, onderhoudsbekalking, frequente aanvoer van verse organische stof, het gebruik van diep wortelende gewassen, en een beperkt gebruik van pesticiden - die zorgt zowel voor een goede productie als de instandhouding van de bodemvruchtbaarheid. En voor NMI natuurlijk de uitdaging om komende jaren te werken aan maatregelen met een meetbaar effect op bodemkwaliteit, gewasproductie én biodiversiteit. Op weg naar een productieve en vitale bodem!

 

 

Geschreven door Gerard Ros

Reacties   

#1 Martin vervoorn 28-03-2015 07:47
Het is tussen al dat leven wel een hele zoektocht om te ontdekken hoe dat allemaal samenwerkt. Ook hier geldt nog steeds 'meten is weten'. Omdat het een nieuwe zoektocht is, weten we nu nog niet goed wat we moeten en kunnen meten. Samen met NMI ontdekken hoe we meten en weten combineren?!