Binnenkort is het weer tijd voor de jaarlijkse strontrace, een wedstrijd met traditionele zeilschepen van het Friese Workum naar Warmond in de Bollenstreek én weer terug. Op het IJsselmeer kan worden gezeild, maar Warmond ligt niet aan het IJsselmeer. In de vaarten voorbij Amsterdam moet er worden gejaagd. Met touwen worden de schepen vanaf de wal voortgetrokken, want de motor mag niet worden gebruikt. Prachtige schepen, die tjalken en klippers, vooral als je er voor je plezier op mag varen. Tot halverwege de vorige eeuw werden deze zeilschepen echter door beroepsschippers gebruikt om de organische stofrijke stalmest van Zuidwest Friesland naar de arme duinzandgronden in de bollenstreek in Noord- en Zuid Holland te transporteren. Niet dat er in Friesland te veel mest was, daar was in die tijd nog geen sprake van. Mest was toen ook in Nederland nog een schaars goed en het werd daar ingezet waar er de meeste behoefte aan was.

 zeilvracht

foto: Zeilvracht.nl

In 2014 is er in Nederland sprake van een totaal andere situatie, waarbij we ons mogelijk toch kunnen laten inspireren door de florerende mestmarkt in het verleden. De vraag naar mest moet weer leidend worden, in plaats van het aanbod. Door de succesvolle ontwikkeling van de intensieve veehouderij in de tweede helft van de vorige eeuw en de daarmee gepaard gaande grootschalige invoer van veevoer, wordt er in Nederland meer mest geproduceerd dan er nodig is. Er is sprake van een mestoverschot. Al met al is er geleidelijk een situatie ontstaan waarbij mest een product werd waar je vanaf moest zien te komen. Er moest zelfs wetgeving worden ontwikkeld om overbemesting tegen te gaan. Mest kreeg niet alleen een negatieve klank, maar ook een negatieve prijs. Heel wonderlijk.
De verplichte mestverwerking, die vanaf 1 januari van dit jaar een feit is, moet daarin verandering brengen. Doordat een toenemend aandeel van de overschotsmest verplicht moet worden verwerkt en geëxporteerd, zal de mest weer terecht komen op plekken waar er behoefte aan is. Fosfaat, kali, stikstof, spoorelementen en organische stof zijn tenslotte waardevolle bestanddelen die een belangrijke bijdrage leveren aan de voedselproductie. Bij het vormgeven van mestverwerking moet goed worden gekeken naar de potentiële afzetmarkten, welke producten men daar nodig heeft en aan welke wettelijke eisen die producten moeten voldoen. Vervolgens moeten de beschikbare technologieën worden ingezet om die gewenste producten op een rendabele manier te maken. Vraaggestuurde mestverwerking dus. Daar moet de komende jaren op worden ingezet. En daar werkt NMI graag aan mee!

 

Geschreven door Romke Postma