De bodem wordt onderschat, de collectieve frustratie van hen die de bodem als professie of als hobby omarmen. Eigenlijk zou je op je tenen moeten lopen om de bodem haar rust te geven. Jonge vogels vertederen en verleiden ons tot omzichtig gedrag. De bodem wordt bestampt, be-graven, omgekeerd en als dumpplaats behandeld.

Boordevol leven is een beetje bodem, complex ja, maar uitdagend in zijn onderlinge relaties. Het aanpassingsvermogen van de bodem als levende “populatie” is potentieel immens. Vooral die bodemfuncties die we nu in alle bescheidenheid onderscheiden: mineralenleverend vermogen, ziektewerendheid en waterbergend/leverend vermogen leunen sterk op het microleven in de bodem; dat deel dat het snelst evolueert/muteert en waaraan de bodem haar aanpassingsvermogen ontleent.

Zo net viel de term mineralenleverend vermogen (equivalent aan bodemvruchtbaarheid?) als veralgemenisering van stikstofleverend vermogen waar generaties mee groot zijn geworden; deze term mineralenleverend vermogen gaat voorbij aan de complexiteit van plantenvoeding waarbij de rhizosfeer, daar waar bodem en wortel elkaar intiem ontmoeten, een hoog gehalte aan organische verbindingen kent die van uit de wortel naar de bodem en vice versa migreren. Eigenlijk is de wortel een onderdeel van het bodemleven.

Bijzonder is het dan om te constateren dat de veredeling van gewassen plaats vindt zonder in achtneming van de bodem …… en dat bodemgeschiktheid voor gewassen nog nauwelijks een item is. Een holistische benadering van de bodem inclusief wortelstelsels als een ecosysteem kan een stap voorwaarts zijn ook om vakgebieden als rhizosfeer-veredeling van de grond te krijgen.

Hier wordt pleidooi gevoerd om het vak bodemkunde te vervangen door bodemecologie. Het geeft de credits aan een vakgebied dat te lang onderschat is en te lang is weggehouden van of genegeerd is door klassieke bodemkundigen. De ecologie van vandaag bedient zich van de modernste technieken om functionaliteiten en populatieonderdelen in de bodem te kwalificeren en te kwantificeren, terwijl de toegepaste bodemkunde zich nog bediend van C/N ratio’s of bacterie/schimmel verhoudingen. De bodem als leefgemeenschap verdient aandacht, zowel fundamenteel als applicatie-gericht.

Zoals in elk vakgebied treedt ook verdwazing op binnen de bodemecologie. Zo wordt door een deel van de bodemecologen de stelling verdedigd dat in elk bodem “alles” aanwezig is en slechts wacht om tot expressie te komen door milieu-invloeden. Een soort van dogma. .... dat onze landgenoot Lourens Baas Bekking in de vorige eeuw ook beleed.

De bodem van onder-schat naar volwassen onderdeel van economie en ecologie. Als biomassa het nieuwe goud is voortgebracht door bodem, licht en energie en waarvan een substantieel deel terug moet naar de bodem om de cyclus gaande te houden, dan verdient de studie van en de kennis over de bodem een naam die recht doet aan de noodzakelijke systeembenadering: bodemecologie.

 

Geschreven door Daan Kuiper