Artikel over de bruikbaarheid van producten uit mestverwerking in de akkerbouw 

Recent is het artikel met de titel “Agronomic and environmental consequences of using liquid mineral concentrates on arable farms“ geaccepteerd voor publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift “Journal of the Science of Food and Agriculture”. Het artikel, dat is geschreven door medewerkers van Alterra en NMI, gaat vooral in op de mogelijkheden van het gebruik van mineralenconcentraten. Geconcludeerd wordt dat de perspectieven voor het gebruik van mineralenconcentraten in de Nederlandse akkerbouw beperkt zijn vanwege het fosfaat dat vaak nog aanwezig is in het mineralenconcentraat, de stikstofwerking die lager is dan 100% en de relatief lage gehalten aan nutriënten. Het artikel kan worden verkregen via de link http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/jsfa.7146/abstract
 

Struviet geen alternatief fosfaat

Struviet uit mest is voorlopig nog geen alternatief voor kunstmestfosfaat bij de maïsteelt. Dat stelt Wim Bussink van het NMI (Nutriënten Management Instituut) in Wageningen.

Lees hier een in Nieuwe Oogst verschenen artikel over dit onderwerp

 

Aandacht voor andere mineralen

Ruim honderd belangstellenden waren aanwezig op de themamiddag: Goed(e) snijmaïs telen, een hele uitdaging! Deze jaarlijks terugkerende bijeenkomst is georganiseerd door de Commissie Bemesting en Voedergewassen (CBGV). Verschillende onderzoekers en experts gaven hun advies om opbrengstdaling van snijmaïs in de toekomst te voorkomen.

Bij Wim Bussink van NMI lag de nadruk in de inleiding op 'Vervangers voor kunstmestfosfaat?' Hij nam de verschillende kunstmestvervangers, zoals struviet, Humifirst, Physiostart en Iseed onder de loep. De resultaten van de verschillende producten zijn wisselend. Als alternatieven voor kunstmestfosfaat ziet hij mogelijkheden voor het toepassen van drijfmest in de rij en in de toekomst ziet hij mogelijkheden voor het herwinnen fosfaat uit mest. Daarnaast blijft het belangrijk aandacht te houden voor de zuurtegraad van de bodem en het toedienen van mineralen als kali en zwavel.

Lees hier het hele verslag van de bijeenkomst

Lees hier een in Plattelandspost verschenen artikel over dit onderwerp

 

De T-som is een hulpmiddel dat een indicatie geeft voor het optimale moment van het strooien van kunstmeststikstof op grasland.

Lees hier een in Boerderij Vandaag verschenen artikel over dit onderwerp

Lees hier de achtergrondinformatie

 

 

Marktmogelijkheden voor mestproducten in het oosten van Duitsland

In opdracht van het Ministerie van Economische zaken en het Landbouwbureau van de Nederlandse Ambassade in Berlijn heeft Nutriënten Management Instituut NMI een studie uitgevoerd naar de exportmogelijkheden van (producten van) mest naar de oostelijke deelstaten in Duitsland. Conclusie is dat er vooral mogelijkheden zijn voor de afzet van producten van mest in akkerbouwgebieden in Mecklenburg-Vorpommern, Thüringen en Sachsen-Anhalt.

In de NMI-studie zijn acht producten beoordeeld op hun potentiële marktpotentie. De beoordeling is uitgevoerd aan de hand van de landbouwkundige geschiktheid, de huidige marktsituatie, de economische haalbaarheid én de relevante wet- en regelgeving. Vastgesteld is dat de potentiële afzetruimte in de oostelijke deelstaten in Duitsland ca. 167 – 207 miljoen kg P2O5 bedraagt, wat een factor 6-8 hoger is dan de huidige export vanuit Nederland.
De producten die in de studie zijn beschouwd zijn geselecteerd op basis van hun samenstelling, wettelijke status en verwachte toekomstige productie. Het zijn een drietal producten gemaakt van de dikke fractie van varkensdrijfmest, gedroogde pluimveemest, struviet en digestaten uit mono- en co-vergisting.
Aanleiding voor de studie was het overschot aan dierlijke mest in Nederland: de productie is groter dan de hoeveelheid die op een verantwoorde manier op landbouwgronden kan worden geplaatst. Het overschot aan niet plaatsbare mest zal de komende jaren naar verwachting toenemen door een verlaging van de gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat en een verwachte toename van het aantal dieren, vooral in de melkveehouderij.
Verder is vanaf 2014 sprake van een mestverwerkingsplicht: veehouders met een bedrijfsoverschot aan dierlijke mest zijn verplicht een deel van het mestoverschot op hun bedrijf te verwerken. Dit percentage neemt de komende jaren eveneens toe. Door deze ontwikkelingen zal de komende jaren naar verwachting meer fosfaat in de vorm van onbewerkte, bewerkte en/of verwerkte mest geëxporteerd moeten worden.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Romke Postma, e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., mobiel 06 4602 0776.

Download hier het volledige rapport