De Demeter-tool voor duurzaam bodembeheer

Het Europese LIFE+-project DEMETER heeft gelopen van 2012 t/m maart 2016. NMI heeft in dit project samengewerkt met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM; projectleiding) en de Universiteit van Gent. Een belangrijk product uit het project is de Demeter-tool, die gebruikt kan worden ter ondesteuning van een duurzaam bodembeheer in de akkerbouw en groenteteelt. Met de Demeter-tool kan het verloop van het organische stofgehalte en een optimale nutriëntenvoorziening (stikstof en fosfaat) worden berekend.

Lees hier verder en klik hier voor een artikel op de website van AkkerbouwAktueel

 

In de praktijk lopen telers vaak tegen problemen aan van een slechte bodemkwaliteit. Onder andere intensieve bouwplannen, steeds zwaardere mechanisatie, maar ook uitloging (Ca-uitspoeling) en piekneerslagen leiden tot vermindering van de fysische bodemvruchtbaarheid en de structuur van de bodem.

Nutriënten Management Instituut NMI en Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (WUR-PPO) hebben in opdracht van Productschap Akkerbouw, nationale en regionale overheden, Europese Unie en productleveranciers een langjarige proef uitgevoerd om het effect van bodemverbeteraars op opbrengst en bodemeigenschappen te toetsen.

Om het effect van bodemverbeteraars op opbrengst en bodemeigenschappen op de langere termijn te toetsen, zijn proefvelden aangelegd op drie kleilocaties (Kollumerwaard, Lelystad en Westmaas) en twee zandlocaties (Vredepeel, Valthermond).
Er zijn verschillende bodemverbeteraars getoetst: kalk- en calciummeststoffen; bodemverbeteraars met micro-organismen of bodemleven stimulerende eigenschappen en overige producten (steenmeel en biochar). Deze bodemverbeteraars zijn vergeleken met kunstmest, drijfmest plus kunstmest en compost plus kunstmest.

Op deze proefvelden zijn bouwplannen toegepast die gangbaar zijn voor de betreffende regio. In de proef zijn de ontwikkeling van de gewasopbrengst, de gewaskwaliteit en de bodemeigenschappen (fysische, chemisch, biologisch) gevolgd over een periode van zes jaar (2010-2015). In het laatste jaar stonden op alle proefvelden aardappelen.

Resultaten bodemmetingen

Kleigronden:

Fysische parameters: ten opzichte van de referentiebehandelingen werden er bij verzadigde doorlatendheid (Agrygips en brandkalk) en aggregaatstabiliteit (Agrygips en betacal Carbo) onderscheidende verschillen gemeten. (Bulkdichtheid, indringingsweerstand en waterbergend vermogen waren niet verschillend);

Chemische parameters: Hot Water Carbon (HWC; compost en PRP-sol), bezetting van kationencomplex (CEC) en Ca-gehalte in bodemvocht (Agrygips en brandkalk) zijn onderscheidende paramaters.

Zandgronden:

Fysische parameters: de getoetste bodemverbeteraars hebben geen verschil laten zien ten opzichte van de referentiebehandelingen.

Chemische parameters: Er is een indicatie dat de Ca-voorraad wordt verhoogd door toepassing van steenmeel. Andere behandelingen zijn niet verschillend ten opzichte van de referentie.

Dat er niet meer verschillen gevonden zijn in de fysische- en chemische bodemparameters kan liggen aan:

  • de bodemkwaliteit op de proeflocaties relatief goed was, waardoor eventueel positieve effecten van de bodemverbeteraars niet tot uiting komen;
  • de gebruikte producten weinig invloed hebben op de bodemkwaliteit onder het toegepaste bouwplan en bodemmanagement;
  • er meer tijd nodig is om de effecten van de gebruikte producten op de bodemstructuur voldoende tot uiting te laten komen, waardoor er meetbare verschillen ontstaan.

Leveranciers schrijven diverse effecten toe aan hun producten die zouden moeten leiden tot een bodemverbeterende werking. In het uitgevoerde onderzoek zijn niet alle claims getoetst, maar voor zover ze wel zijn gemeten, konden de claims veelal niet bevestigd worden.

Resultaten gewasmetingen

De effecten op de gewasopbrengst waren niet structureel en consistent over de jaren, gewassen en locaties. Er is gekeken of de toepassing van bodemverbeteraars heeft geleid tot opbrengstverschillen per gewas. In het afsluitende jaar, met overal aardappelen, is er geen verschil tussen de behandelingen. In daaraan voorafgaande jaren is alleen bij het gewas zomertarwe een opbrengstverschil te zien (hogere opbrengst met Agrygips een PRP-sol en lagere opbrengst met Bactofil). Wanneer er sprake was van een slechtere score in gewasstand was dit te herleiden tot een lage beschikbaarheid van stikstof (bij Bactofil en Condit).

Conclusies

De getoetste bodem- en structuurverbeteraars hadden in de deze proefopzet slechts een beperkt effect op de gemeten fysische, chemische en biologische bodemparameters op zowel de klei- als zandlocaties. De toepassing van bodem- en structuurverbeteraars heeft niet geleid tot significant hogere opbrengsten dan de referenties kunstmest, kunstmest plus dierlijke mest of kunstmest plus compost.

Lees de samenvatting of het rapport op het prikbord Vitale Bodem.

Lees hier een artikel m.b.t. dit onderwerp, verschenen in Nieuwe Oogst van 30 april 2016 en ook op de website van Boerderij is er aandacht voor dit onderwerp

 

Ammoniakemissie - moet ik me daar druk om maken?

Wim Bussink van het NMI heeft voor Van Iperen een column geschreven over ammoniakemissie voor het magazine VIP. Piet Riemersma van Van Iperen wijdde daar vervolgens een artikel aan.

Lees hier  de column en het artikel

 

Kennis tot op de bodem van de bodem

In de Agri & Food bijlage van het Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant is op 1 april 2016 een advertentie/artikel verschenen over het NMI.

Lees hier het genoemde artikel

 

Items in deze nieuwsbrief:

  • Kwaliteit struviet uit RWZI's als meststof
  • Slotbijeenkomst LIFE-project Demeter
  • Onderzoek naar win-win situatie weidevogels en waterkwaliteit
  • Workshop Klimaatadaptatie en Agro-ecologie
  • Job de Pater

Lees hier onze nieuwsbrief