De aanvoer van effectieve organische stof (EOS) naar praktijkbedrijven kan substantieel worden verhoogd door het creëren van een extra P-gebruiksruimte van 5 kg P2O5/ha voor compost. Dit blijkt uit een verkenning die NMI heeft uitgevoerd in opdracht van de Vereniging Afvalbedrijven (VA). Het huidige model voor de onderbouwing van gebruiksnormen blijkt de nitraatuitspoeling van compost structureel te overschatten. Aanvullend wordt een systematiek gepresenteerd om onderscheid te maken tussen “organische bodemverbeteraars”, die vooral organische stof leveren en “organische meststoffen”, die vooral nutriënten leveren.

Lees hier het volledige persbericht en hier een in het Agrarisch Dagblad en hier een in Boerderij verschenen artikel met betrekking tot dit onderwerp

 

 

 

Samen met Wageningen Plant Research heeft NMI gewerkt aan een verkenning van de economische en milieukundige aspecten van de export van struviet naar West Afrika. Struviet (magnesium ammonium fosfaat) wordt op steeds meer waterzuiveringen geproduceerd uit afvalwater. Door het overschot aan fosfaat uit mest in de Nederlandse landbouw is er hier echter nauwelijks vraag naar.

Lees verder

In samenhang met het vertrek van Marjoleine Hanegraaf is met ingang van 1 juni 2017 Aad Termorshuizen op deeltijdbasis verbonden aan het NMI op het gebied van praktische bodembiologie en bodemweerbaarheid. 

 

 

 

NMI heeft in opdracht van BMC Moerdijk een vergelijking gemaakt van de landbouwkundige waarde van verschillende vormen van (on)bewerkte pluimveemest, waaronder de pluimveemest-assen van de thermische conversie bij BMC. Deze assen vormen een goede basis-PK-meststof. Pluimveemest levert naast P en K ook N en organische stof; echter de bijdrage aan de aanvoer van de organische stof is beperkt, zeker in vergelijking met de levering vanuit gewasresten en groenbemesters of vanuit runderdrijfmest, GFT- of groencompost die in Nederland ruimschoots voorhanden zijn. Bij zowel pluimveemest-as als onbewerkte pluimveemest moet het overgrote deel van de N-behoefte met kunstmest-N worden aangevuld.

Lees verder en lees hier een in Nieuwe Oogst verschenen artikel

In opdracht van Yara heeft NMI een app ontwikkeld voor het optimaal bemesten van gras, rekening houdend met de actuele en verwachte weersomstandigheden. Het eerste snede advies is gericht op het vaststellen van het optimale strooimoment om een gewenste opbrengst en ruw-eiwitgehalte te realiseren bij een zo hoog mogelijke N-benutting. Na de eerste snede worden op basis van de stikstofgebruiksnorm voor het bedrijf snede-adviezen opgesteld conform de Bemestingsadviesbasis, rekening houdend met de NLV en de gewenste snede-opbrengst. Deze wordt gecorrigeerd voor een weersafhankelijke N-mineralisatie uit de bodemorganische stof en mest en de geschatte opbrengst van de vorige snede. Ook wordt, afhankelijk van de grondeigenschappen, een zwavelhoudende meststof geadviseerd voor de eerste en/of tweede snede en voor latere sneden soms ook kali.

De volgende gegevens worden gebruikt om tot een advies te komen:

  • Uw locatie (GPS of postcode)
  • Het weer van de afgelopen weken;
  • 10-daagse weersverwachting;
  • Grondsoort;
  • Bodemvruchtbaarheid (org. stof);
  • Gerealiseerde mestgift(en);
  • Geschatte opbrengst vorige snede;
  • Geplande mestgift.

Uw locatie (GPS of postcode) wordt gebruikt om het dichtsbijzijnde weerstation en de meest waarschijnlijke bodemeigenschappen te bepalen. Deze bodemeigenschappen kunt u eventueel aanpassen aan eigen analyseresultaten.

De nieuwe app van Yara voor graslandbemesting is sinds 25 april 2017 beschikbaar!

Lees hier een in AgriVisie verschenen artikel over dit onderwerp.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Wim Bussink, e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., tel. 06 290 370 96

Yara GrassN