RE-gras voor een optimaal ruweiwitgehalte en een hoge N-benutting


RE-gras is een uitbreiding en verbetering van de vroegere temperatuursom module. Met RE-gras is het beter mogelijk om gericht te sturen op het realiseren van een RE-gehalte van 150 à 160 g per kg ds voor de eerste maaisnede op bedrijven met een grasrantsoen. Bedrijven met veel maïs zullen streven naar een hoger RE-gehalte.



Met RE-gras kunt u uw minerale meststoffen optimaal inzetten. Te vroeg strooien gaat ten koste van het ruweiwitgehalte en leidt tot extra N-verliezen. Te laat strooien kost opbrengst. RE-gras bepaalt voor u het optimale strooimoment. Met RE-gras kunt u beter sturen op een gewenst ruw eiwitgehalte en drogestofopbrengst bij een zo hoog mogelijke N-benutting. RE-gras is gebaseerd op T-som bemestingsproeven op diverse locaties en grondsoorten over een periode van 25 jaar. RE-gras levert een maatadvies omdat het rekening houdt met: 

  • de grondsoort 
  • de bodemvruchtbaarheid
  • de bemesting
  • uw productiedoel
  • het weer van de afgelopen weken
  • de 10-daagse weersverwachting.

Het vernieuwde RE-gras is online

Start RE-gras

Daarnaast is RE-gras ook als app beschikbaar door "Re-gras.nl" in te tikken in de browser van uw telefoon. 

Achtergronddocument RE-gras

Agrarisch toeleverancier Alliance en het Nutriënten Management Instituut (NMI) organiseren op donderdag 15 maart a.s. gezamenlijk een informatieve middag die in het teken staat van de aspergeteelt. Het NMI zal onder andere haar resultaten van de nitraat metingen uit het waardenetwerk van aspergetelers prestenteren. Daarnaast kunt u, indien gewenst, deze middag mee laten tellen voor de verlenging van de spuitlicentie competentie ‘teelt’. Deelname aan de bijeenkomst is gratis. Het volledige programma kunt u hier lezen.

Voor meer informatie kunt u het artikel in de Nieuwe Oogst lezen.

De provincie Noord-Holland is een belangrijke weidevogelprovincie. Om de achteruitgang in de weidevogelstand een halt toe te roepen is één van de maatregelen het tijdelijk plas-dras zetten van graslanden (minimaal 0,5 ha per 100 ha). Grasland dat plas-dras is gezet, heeft een aantrekkende werking op weidevogels die in het voorjaar op zoek zijn naar plekken waar ze kunnen foerageren, verblijven en nestelen. Voor plas-dras wordt de afwatering tegengegaan (dichtzetten greppels) en wordt actief water op het perceel gepompt zodat op minimaal 60% van het perceel een laag van ten minste 5cm water staat gedurende de periode van 15 februari tot 1 of 15 juni.

plas dras

Recente onderzoeken (o.a. studie naar plas-dras in Utrecht in 2016) en metingen van Waterschap Amstel Gooi en Vecht (AGV) laten zien dat de plas-drassituatie negatieve gevolgen kan hebben voor de waterkwaliteit. De waterkwaliteit kan verslechteren omdat fosfor (P) uit de bodem vrijkomt en met het afvloeien van het opstaand water naar de aangrenzende sloot wordt getransporteerd. Het inrichten en beheren van plas-dras vergt dus een zorgvuldige aanpak om het risico op fosfaatverliezen in de bodem te voorkomen/te beperken. Voor de waterschappen en de provincie is de handhaving van een goede waterkwaliteit immers een belangrijk doel.

Het Nutriënten Management Instituut (NMI) is gevraagd om bij te dragen aan een goede onderbouwing van provinciaal beleid wat betreft het plas-dras zetten van landbouwpercelen ten behoeve van de weidevogels (natuurbeheerdoelen) zonder dat dit ten koste gaat van de waterkwaliteit en met name de fosfaatbelasting van het watersysteem.

Het doel van dit onderzoek is om het daadwerkelijke risico op een verslechterende waterkwaliteit in beeld te brengen door de fosfaatemissie te monitoren op percelen die plas-dras zijn gezet. Het verkregen inzicht in de factoren die van invloed zijn op het vrijkomen van fosfaat uit de bodem en het transport naar het watersysteem als gevolg van plas-dras dient als basis voor het aandragen van oplossingsrichtingen/ maatregelen die het negatieve effect op de waterkwaliteit voorkomen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Debby van Rotterdam, tel. 06 25179329, e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Het huidige kali-bemestingsadvies voor snijmaïs is al enige decennia oud en is aan herziening toe. Er zijn tegenwoordig betere methoden van bodemanalyse beschikbaar, de huidige maïsrassen produceren veel meer dan vroeger en bovendien is het huidige bemestingsadvies gebaseerd op proeven met korrelmaïs. In 2018 worden recent uitgevoerde veldproeven tot een nieuw kali-bemestingsadvies verwerkt. Uit de eerste resultaten blijkt dat het kali-bemestingsadvies voor snijmaïs omlaag kan.

Lees verder

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Wim Bussink, tel. 06 2903 7096, e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 Lees hier een in V-focus verschenen artikel, geschreven door Frank Verhoeven (Boerenverstand) en Gerard Ros (Waternet en NMI)