Lees hier een extra uitgave van onze nieuwsbrief met betrekking tot Het Grote Bodemonderzoek

Met gebruik van gedetailleerde bodem- en bemestingsgegevens uit agrarische meetnetten en een integraal nutriëntenmodel is het mogelijk om gebiedsgericht inzicht te geven in de bodemkwaliteit én de landbouwkundige emissies van stikstof en fosfor naar het watersysteem.

Debby van Rotterdam en Gerard Ros van het NMI hebben meegeschreven aan een artikel met betrekking tot dit onderwerp. 

Lees hier het in H2O verschenen artikel.

Samen met Wageningen Plant Research heeft NMI gewerkt aan een verkenning van de economische en milieukundige aspecten van de export van struviet naar West Afrika. Struviet (magnesium ammonium fosfaat) wordt op steeds meer waterzuiveringen geproduceerd uit afvalwater. Door het overschot aan fosfaat uit mest in de Nederlandse landbouw is er hier echter nauwelijks vraag naar.

Lees verder

De aanvoer van effectieve organische stof (EOS) naar praktijkbedrijven kan substantieel worden verhoogd door het creëren van een extra P-gebruiksruimte van 5 kg P2O5/ha voor compost. Dit blijkt uit een verkenning die NMI heeft uitgevoerd in opdracht van de Vereniging Afvalbedrijven (VA). Het huidige model voor de onderbouwing van gebruiksnormen blijkt de nitraatuitspoeling van compost structureel te overschatten. Aanvullend wordt een systematiek gepresenteerd om onderscheid te maken tussen “organische bodemverbeteraars”, die vooral organische stof leveren en “organische meststoffen”, die vooral nutriënten leveren.

Lees hier het volledige persbericht en hier een in het Agrarisch Dagblad en hier een in Boerderij verschenen artikel met betrekking tot dit onderwerp

 

 

 

NMI heeft in opdracht van BMC Moerdijk een vergelijking gemaakt van de landbouwkundige waarde van verschillende vormen van (on)bewerkte pluimveemest, waaronder de pluimveemest-assen van de thermische conversie bij BMC. Deze assen vormen een goede basis-PK-meststof. Pluimveemest levert naast P en K ook N en organische stof; echter de bijdrage aan de aanvoer van de organische stof is beperkt, zeker in vergelijking met de levering vanuit gewasresten en groenbemesters of vanuit runderdrijfmest, GFT- of groencompost die in Nederland ruimschoots voorhanden zijn. Bij zowel pluimveemest-as als onbewerkte pluimveemest moet het overgrote deel van de N-behoefte met kunstmest-N worden aangevuld.

Lees verder en lees hier een in Nieuwe Oogst verschenen artikel