Project Projecten Landbouw archief 
Nieuwsbrief Onderzoek organische stof in Drenthe
April 2008

Project:
O972; O1271; O1298
Opdrachtgever:
Provincie Drenthe
Looptijd:
2007-2008

Aanleiding

De provincie Drenthe stelt haar bodembeleid opnieuw vast. Daarom worden de gegevens over de Drentse bodem geactualiseerd. Als onderdeel hiervan doet het Nutriënten Management Instituut (NMI) in Oosterbeek onderzoek naar de trend in organische stof in de landbouwpercelen binnen de provincie en de achterliggende factoren die daarbij een rol spelen.

Trend in organische stof gehalten

Organische stof speelt een rol bij een aantal bodemeigenschappen. Voorbeelden hiervan zijn het vasthouden van voedingsstoffen, de bodemstructuur en de vochthuishouding. Ook is organische stof een voedingsbron voor het bodemleven. Het wordt steeds duidelijker dat een goed bodemleven belangrijk is voor bijvoorbeeld de stikstoflevering en de ziektewerendheid. Organische stof en bodemleven zijn nauw met elkaar verbonden. Een goed beheer van de organische stof past in twee opzichten in het streven naar een duurzame landbouw: economisch duurzaam én duurzaam vanuit milieuoverwegingen. Dit beleid wordt landelijk en provinciaal door de overheden en het landbouwbedrijfsleven voorgestaan.

Uit een eerder gemaakte trendanalyse (20 jaar) van organische stof (OS) gehalten in Drentse landbouwpercelen bleek dat er geen sprake is van een eenduidige trend.
In alle onderzochte combinaties van teelt en grondsoort kwamen zowel dalende, constante als stijgende gehalten voor. Waarschijnlijk wordt het verloop van de OS-gehalten door een scala van factoren bepaald, zoals bodemtype, grondwatertrap, kwaliteit van de organische stof, en management (nu en in het verleden). Om het perspectief van organische stof beheer aan te geven is het nodig om van al deze factoren meer te weten. Dat wordt in het NMI-onderzoek onder de loep genomen.

NMI onderzoek

Algemene doelstelling van het onderzoek is het vaststellen van trends in de organische stof (gehalte, kwaliteit) in de landbouw-percelen en vervolgens het schatten van kansen en risico’s voor de bodemkwaliteit als gevolg van de veranderingen. Uiteindelijk zullen aanbevelingen worden gedaan voor doelmatig landgebruik en duurzaam bodembeheer. In eerder onderzoek naar de trend in organische stof gehalten bleek voor een aantal grond/gewascombinaties risico’s te bestaan. Deze grondgewascombinaties zijn meegenomen in het nieuwe onderzoek. Dit zijn:
blijvend grasland op veen
blijvend grasland op laagveen
continu maïs op zandgrond
bollenteelt op zandgrond
aardappelen op zandgrond

Ook werd duidelijk dat met alleen het organische stof gehalte geen goede inschatting kan worden gemaakt van eventuele risico’s voor landbouw en milieu. Daarvoor zijn ook gegevens over de kwaliteit van organische stof nodig. Om de trends in organische stof vast te stellen is in het voorjaar van 2007 de medewerking gezocht en gevonden bij ca. 300 agrariërs in Drenthe. Agrariërs zijn aangeschreven met het verzoek om, in ruil voor een gratis grondonderzoek, mee te werken aan de gegevensverzameling. Voor elk van de genoemde teelten zijn 20-30 percelen geselecteerd. De percelen zijn bemonsterd voor een standaard grond-analyse aangevuld met enkele innovatieve analyse methodieken. De nieuwe gegevens worden gebruikt in aanvulling op de historische data uit de database. Het onderzoek wordt begeleid door een stuurgroep met medewerkers van de provincie Drenthe en professor Lijbert Brussaard van Wageningen Universiteit. Voorts is in overleg met LTO Noord een begeleidingsgroep gevormd waarin een medewerker van LTO Noord en 2 agrariërs (vakgroepdeskundigen) zitting hebben.

Voortgang

Blijvend grasland

De eerste resultaten laten duidelijke verschillen zien tussen laagveen en veen. Niet alleen de afbraaksnelheid van organische stof, maar ook de stikstoflevering en het bodemleven zijn hoger in laagveen. De kwaliteit van de organische stof in deze laagveen percelen verschilt waarschijnlijk van die in de veenpercelen.
Continu maïs

Tijdens de selectie van percelen bleek dat in alle percelen continu maïs een groen-bemester wordt geteeld, zoals verplicht is vanaf 2007. De aanwezigheid van een groenbemester kan een effect hebben op de organische stof. Veel agrariërs gaven aan graag inzicht te krijgen in dit effect. In overleg met de provincie is toen besloten om alleen in de percelen continu maïs de monstername in het voorjaar van 2008 te herhalen in een klein deel van het perceel waar voor de proefneming geen groenbemester zou worden gezaaid. De meewerkende agrariërs bleken bereid een deel van het perceel hiervoor te reserveren.
Bollenteelt

Een bekend probleem in de bollenteelt is aantasting door aaltjes, waartegen natte grondontsmetting veel wordt toegepast. Een milieuvriendelijker methode is de teelt van Tagetes (Afrikaantjes), dat een onder-drukkende werking kan hebben op het wortellesieaaltjes en wortelknobbelaaltje in de bodem. Onderzoek van het HLB liet hiervan goede resultaten zien. In het overleg in de stuurgroep kwam de vraag naar voren of Tagetes wellicht ook het overige bodemleven beïnvloedt en daarmee de afbraak van organische stof. Voordat de teelt van Tagetes als maatregel breed wordt gestimuleerd, is het gewenst om hier meer inzicht in te hebben. NMI heeft deze vraag in een beknopt literatuuronderzoek beantwoord (zie verderop).
Aardappelpercelen

De percelen die regelmatig worden geploegd hebben een hogere afbreeksnelheid dan het blijvend grasland. Aardappelpercelen en bollenpercelen hebben vergelijkbare resultaten, ook wat betreft de C/N-ratio. De indicatoren die de afbraaksnelheid aangeven wijzen in de aardappelteelt niet in dezelfde richting en dit punt verdient nadere aandacht.

Tijdpad verdere traject

In de komende maanden worden de resultaten verder verwerkt en gebruikt om een beeld te verkrijgen van de kansen en risico voor de bodemkwaliteit. In april krijgen alle deelnemers een vragenlijst toegestuurd om gegevens van de percelen en het management vast te leggen. Ook worden in april de maïspercelen opnieuw bemonsterd.
Na de zomer worden de resultaten besproken met de betrokkenen van de provincie Drenthe en de begeleidingsgroep van LTO. In week 44 wordt een slotbijeenkomst georganiseerd waarin de resultaten worden gepresenteerd.
Reserveer vast in uw agenda!


Bodembeleid vanuit de provincie

Arnout Venekamp: “De onderzoeksresultaten moeten naar onze mening kansen bieden voor de landbouwsector. Daarom zijn enkele landbouwers in een begeleidingsgroep opgenomen en zullen de uitkomsten met het landbouwbedrijfsleven worden besproken. Met de onderzoeks-resultaten krijgen we naar verwachting beter inzicht in wat je wel en niet kunt doen als je organische stof een centrale positie geeft in de bodem. De provincie wil op het terrein van organische stof niet met eigen regels komen. Wel willen we het belang van een goede organische stof huishouding benadrukken. Met de resultaten van dit onderzoek willen we ons inzetten voor het opzetten, begeleiden en/of (mede)financieren van op de praktijk gerichte projecten. Wij willen graag samen met anderen streven naar en werken aan een duurzamer gebruik van de bodem.”

Aanvullende vraag: Heeft Tagetes effect op bodembiologie

De alenonderdrukkende werking van Tagetes berust op een hoge concentratie aan thiofenen (zwavelverbindingen met sterk toxische werkingschappen). Als een aaltje een wortelcel binnendringt, vormt de plant peroxidase. De combinatie van peroxidase en de zwavelverbinding zorgt ervoor dat er zuurstofradicalen worden gevormd. Deze agressieve vorm van zuurstof leidt tot 'verbranding' van het aaltje. Deze opeenvolgende biochemische reacties komen op gang op het moment dat een aaltje de wortelcellen binnendringt.
Tagetes werkt daarom alleen tegen die aaltjessoorten die ín de wortel voorkomen, zoals de wortellesieaaltjes en wortelknobbelaaltjes. Daarnaast wordt de populatie wortelknobbelaaltjes onderdrukt omdat Tagetes geen waardplant is. Aaltjes die aan de buitenkant van de wortel of vrij in de grond leven ondervinden geen effect van Tagetes. Voor het overige bodemleven (schimmels, bacteriën) is, voor zover er onderzoek naar is gedaan, geen effect van Tagetes aangetoond.
Ook de afbraak van Tagetes verloopt zoals verwacht mag worden op grond van de C/N-ratio. Dit is ook een aanwijzing dat er geen noemenswaardige effecten te verwachten zijn van Tagetes op de bodembiologie.

Betekent dit dat Tagetes voor elk bollenperceel de ideale groenbemester is?

Zo simpel is het net niet. Bij een te hoge aaltjesdruk van andere alen dan wortellessie-aaltjes kan een chemische grondontsmetting namelijk toch beter op zijn plaats zijn. Ander belangrijk punt is dat Tagetes een waardplant is voor Trichodorusaaltjes en het daarmee samenhangende tabaksratelvirus, en de schimmels Phytium en Sclerotinia sclerotiorum. Vooral Phytium kan grote schade aanrichten in lelies en krokus.

Het is dus zeker zaak om bij de keuze voor Tagetes zicht te hebben op de algehele bodemgezondheid. Tot slot geldt dat de voordelen van Tagetes (organische stof, N-levering) moeten worden gewogen tegen de nadelen (moeilijke en dure teelt) en vergeleken met die van andere groenbemesters en/of organische meststoffen.

Colofon

Marjoleine Hanegraaf, NMI
mobiel 06 29037103
email m.c.hanegraaf@nmi-agro.nl
Arnout Venekamp, provincie Drenthe
email a.venekamp@drenthe.nl
Copyright ©2009 nmi-agro.nl
Gebruik een exacte woordgroep
Als u een exacte woordgroep zoekt, zet de woorden achter elkaar. Bijvoorbeeld: Standaard opmaak.

Woorden opnemen of uitsluiten
Bij het opgeven van de zoekcriteria kunt u gebruik maken van een aantal functies waarmee u de zoekopdracht kunt verfijnen.

FunctieOmschrijvingVoorbeeldResultaat
ANDAlle zoektermen moeten voorkomenStandaard AND opmaakPagina’s met zowel standaard als opmaak
OREén van de zoektermen moet voorkomenStandaard OR opmaakPagina’s met of standaard of opmaak
NOTEén zoekterm mag niet voorkomenStandaard NOT opmaakPagina’s met standaard maar zonder opmaak

Gebruik jokertekens
Als u een sterretje (*) aan het eind van een trefwoord typt, zoekt u over u naar meerdere vormen van het woord. Voorbeeld: Voer gro* in om groot, groter, grootst en grootmeester te vinden.