| Project | Projecten Landbouw archief | |
|
Nieuwsbrief Beter waterbeheer en waterkwaliteitsmanagement begint op de akker
November 2007 Projectnummer: Opdrachtgever: LTO, 3 Waterschappen Looptijd: 2007-2008 Aanleiding Het klimaat in Nederland verandert: grotere hoeveelheden neerslag in een korte periode komen steeds vaker voor. Hierdoor kan wateroverlast ontstaan waardoor ook de kans op uit- en afspoeling van voedingsstoffen toeneemt. Dit speelt vooral op laaggelegen landbouwgronden zoals veel zeekleigronden. De bodem(structuur) vervult een belangrijke rol in het verkleinen van de kans op wateroverlast èn in het vasthouden van voedingsstoffen. Met financiële steun van LTO-Noord en drie waterschappen wordt door Nutriënten Management Instituut NMI en Wageningen Universiteit een antwoord gezocht op de vraag of een beter bodembeheer deze problematiek kan verminderen. Daartoe is praktijkonderzoek gestart op akkerbouwbedrijven op zeeklei. Er wordt niet alleen gekeken naar de rol van de bodem in waterkwaliteit- en kwantiteitsbeheer, maar ook naar uitvoerbare maatregelen voor de agrariërs. Naar verwachting resulteert het onderzoek in methoden om de structuur van de bodem te verbeteren om zo: · de kosten voor het waterschap beheersbaar te houden; · de nadelige gevolgen voor landbouwgewassen te beperken; en · de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren. Problematiek De bodemstructuur van vooral zeekleigronden is veelal slecht. De kans op verdichting en verslemping (dichtslaan) van de grond neemt toe. De bodem heeft zo minder sponswerking. Hogere (piek)afvoeren en meer oppervlakkige afvoer van voedingsstoffen en gronddeeltjes zijn het gevolg. De water kwaliteit van het oppervlaktewater kan daardoor verslechteren. Een slechte structuur is ook ongunstig voor de opbrengst van akkerbouwgewassen. Het leidt tot een slechtere mineralenbenutting en de grond is minder goed bewerkbaar. Het risico van belasting van het oppervlaktewater met stikstof en fosfaat neemt zo toe. De slechte structuur van zeeklei wordt mede veroorzaakt door het zwelgedrag van klei, waardoor bodemstructuren (aggregaten) onder natte omstandigheden kapot gaan. In welke mate dit kan optreden wordt sterk bepaald door de chemische samenstelling van de grond, de hoeveelheid schelpenkalk en de kwaliteit van de organische stof. Aanpak Op ongeveer 30 bedrijven is in voorjaar en zomer 2007 een aantal bodemeigenschappen gemonitord. Hiervoor is per bedrijf één perceel met een goede en één met een slechte structuur geselecteerd. Daarnaast is de gebruikshistorie van deze percelen vastgelegd. Op enkele percelen zal ook de uitspoeling en de verdichting van de ondergrond gemeten worden om vast te stellen of verschillen in de toplaag ook leiden tot verschillen in de ondergrond en een andere uitspoeling. Er wordt een menukaart opgesteld met praktisch uitvoerbare acties, die op korte en langere termijn leiden tot een verbetering van de bodemstructuur met meer sponswerking en stabielere aggregaten. Met de deelnemers worden de resultaten van de monitoring besproken en zal er worden geïnventariseerd welke van de voorgestelde acties op de menukaart zij uitvoerbaar achten voor hun bedrijfssituatie. Oplossingsrichtingen en knelpunten worden zo geïdentificeerd. Verwacht resultaat Bedrijven gaan de eerste maatregelen toepassen in de bedrijfsvoering om te sturen op een betere bodemstructuur. Tegelijkertijd bevestigen de monitoringsresultaten dat een betere structuur leidt tot meer sponswerking en minder af- en uitspoeling van voedingsstoffen. De resultaten en de bevindingen van de ondernemers kunnen een voorbeeld zijn voor andere bedrijven in de regio. Resultaat is dat met recht gezegd kan worden: “Beter waterbeheer op de akker is een win-win situatie voor boer en waterbeheerder”. Subsidies Het project wordt gesubsidieerd door Hoogheemraadschap van Rijnland, Waterschap Hollandse Delta, LTO-Noord en Waterschap Noorderzijlvest. Contacpersoon Wim Bussink d.w.bussink@nmi-agro.nl mobiel: 06 29 03 70 96 |
||
| Zoek | |